Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
[verzoeker] ,
Het geding
Ik wil het hebben over de volgorde. Ik snap niet waarom we vandaag een pleidooi doen. Ik wil niet dat u een pleidooi erdoor heen ramt. Het is de bedoeling dat dit een mondelinge behandeling is over de voorvragen. Ik wil eerst getuigen horen en deskundigen benoemen. Ook wil ik prejudiciële vragen stellen. Ik heb nu niet alle dossiers bij mij. Ik wens eerst een tussenbeslissing. Daarover wil ik vandaag iets zeggen. Voordat we de rest bespreken, wil ik het vandaag hebben over waarom ik getuigen wil horen en waarom er deskundigen gehoord moeten worden en prejudiciële vragen gesteld moeten worden. Als u dat niet doet, dan wraak ik u. Als die wraking niet succesvol is, dan oordeelt uzelf of ik dwing dat af via een andere procedure. Ik ben niet zo fan van u, want ik zie mijn dochter niet meer. U weet dit allemaal al. Ik vertrouw het hof Den Haag niet meer. Ik wil een mondelinge behandeling, ik wil de zaakvoortgang bespreken. Ik wil vandaag niet ingaan op de feiten. Ik wil later pas een pleidooi.
De voorzitter
Voorwaardelijk wrakingsverzoek
dit hofbij die zaak te vermijden. Het verzoek van 26 april 2022 kan dan ook in redelijkheid niet anders worden verstaan dan als de aanwending van de bevoegdheid tot wraking voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven. De wrakingskamer laat daarom het wrakingsverzoek van 26 april 2022 buiten beschouwing.
De beslissing
- verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in de verzoeken tot wraking van 31 januari 2022 en 18 april 2022; en
- bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan [verzoeker] , aan de raadsheren tegen wie de wrakingsverzoeken zich richtten en aan de overige betrokkenen in de hoofdzaak.