Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Zaaknummer rechtbank : C/09/523630/ HA ZA16-1399
Stichting Schaderegelingskantoor voor Rechtsbijstandverzekering,
1.De zaak in het kort
2.Het verdere procesverloop in hoger beroep
3.Wat vooraf ging
4.Het deskundigenbericht
€ 331,00
5.Eiswijziging SRK
6.Bezwaar eiswijziging / verweer [geïntimeerde]
"SRK heeft de redelijke kosten voor zover mogelijk beoordeeld en op grond daarvan voldaan € 44.426,78".
7.De verdere beoordeling in hoger beroep
Partijperikelen
- De door [geïntimeerde] in haar antwoordmemorie na deskundigenbericht aangevoerde argumenten (omvangrijk onderliggend dossier, uitgebreid deskundigenbericht, geen bezwaar wederpartij, procedure liep toch al lang) behoefden de deskundige geen aanleiding te geven om een langere reactietermijn dan vier weken te geven op het concept van haar rapport.
- [geïntimeerde] stelt dat de deskundige ten onrechte rapporteert dat bepaalde brieven in het dossier niet zijn aangetroffen; het gaat daarbij volgens [geïntimeerde] om de brieven die zij heeft overgelegd als producties 10-14 bij zijn antwoordmemorie na deskundigenbericht. Die maakten volgens haar wel deel uit van het door de deskundige beoordeelde dossier. Verder stelt [geïntimeerde] dat de deskundige bepaalde in mei 2015 geschreven uren ten onrechte heeft aangemerkt als “geschil SRK” (en daarom heeft gediskwalificeerd). Van deze kwesties had [geïntimeerde] evenwel geen punt gemaakt in haar reactie op het concept van het deskundigenbericht, terwijl gesteld noch gebleken is dat de passages waarop zij haar kritiek richt in het concept nog niet voorkwamen. Het is daarom in strijd met de goede procesorde dat zij in haar antwoordmemorie na (het definitieve) deskundigenbericht deze kwesties c.q. de redelijkheid van de hiervoor geschreven tijd alsnog ter beoordeling aan het hof voorlegt. Overigens bedraagt die (telkens) geschreven tijd per declaratie veel minder dan het verschil tussen wat de deskundige redelijk heeft geoordeeld en wat volgens het hof verschuldigd blijft (hierna, 7.11), zodat de bezwaren van [geïntimeerde] ook om die reden niet tot een andere beslissing kunnen leiden.
- Voor zover [geïntimeerde] zich in haar antwoordmemorie na deskundigenbericht op het standpunt heeft gesteld dat de deskundige voor bepaalde werkzaamheden ten onrechte minder tijd (honorarium) redelijk heeft geoordeeld dan de geschreven tijd, had het op haar weg gelegen om dat specifieker te onderbouwen, met concrete verwijzing naar stukken en de vindplaatsen daarvan.