Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 13 juli 2023
[X] B.V., te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Algemene indruk
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende is een naheffingsaanslag BPM opgelegd vanwege een gebruikte Audi Q5 met een geschatte waardevermindering door schade. De rechtbank had de naheffingsaanslag verminderd en belanghebbende een vergoeding voor immateriële schade toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.
In hoger beroep staat centraal of de waardebepaling en de correctie wegens ex-schade juist zijn vastgesteld. Het hof stelt vast dat het taxatierapport van belanghebbende niet betrouwbaar is omdat het niet de staat van de auto op het moment van aangifte weergeeft en dat er essentiële gebreken waren die herstel vereisten voordat de auto de weg op mocht.
Het hof volgt de Inspecteur in het verwerpen van het taxatierapport en het niet toepassen van een waardevermindering wegens schade. Ook wijst het hof het beroep op een correctie voor marktsituatie af vanwege het ontbreken van een individuele onderbouwing.
De handelsinkoopwaarde wordt vastgesteld op € 45.372 in onbeschadigde staat en € 37.269 in beschadigde staat. De naheffingsaanslag is eerder te laag dan te hoog vastgesteld. De proceskostenvergoeding in hoger beroep wordt verhoogd en het griffierecht vergoed aan belanghebbende.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag BPM grotendeels, verwerpt het taxatierapport van belanghebbende en wijzigt de proceskostenvergoeding in hoger beroep.