Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 8 augustus 2023
[appellant 1],
[appellant 2],
[appellant 3],
[verweerder] ,
De zaak in het kort
Het procesverloop in hoger beroep
De feitelijke achtergrond
Depressieve stoornis: eenmalige episode, ernstig met psychotische kenmerken: (As I): Depressieve stoornis: eenmalige episode, ernstig met psychotische kenmerken (stemmingsstoornissen, depressieve stoornissen, depressie stoornis, eenmalige episode). (As IV): Problemen binnen de primaire steungroep. Problemen verbonden aan sociale omgeving. Werkproblemen.(brieven van 9 februari 2015 en 21 september 2015 van […] GGZ aan bedrijfsarts).
In verband met zijn schouderklachten werd hij op 18 februari 2015 gezien door de orthopaed.
(…) 10-2002 depressie, angst, boosheid.(…)
Naast de fysieke beperkingen die al aangenomen zijn, zie ik geen medische redenen om andere fysieke beperkingen aan te nemen. Ten aanzien van de recent vastgestelde ziekte van Freiberg kan dit inderdaad pijnklachten van de voet geven, maar is dit geen reden om een beperking aan te nemen. De botopbouw dient namelijk gestimuleerd te worden en dit kan onder andere plaatsvinden door te wandelen. Daarnaast kan een aangemeten steunzool zorgen voor verlichting van de pijnklachten. (…) Gezien de psychische klachten, het medicatiegebruik en de vermoeidheid stel ik op energetische gronden vast dat er bij belanghebbende een medische urenbeperking gehanteerd dient te worden van 4 uur per dag en 20 uur per week.
4. Wat cliënt niet terugziet in de beoordeling door de VA is dat cliënt [hof: [verweerder] ] kampt met rugklachten en pijn in het linkerbeen. Cliënt verwijst hierbij naar een bijgevoegde brief (productie 2) van Dr. [neuroloog] , neuroloog van 7 maart 2019 alsmede een eveneens bijgevoegde brief (productie 3) van radioloog [radioloog] van 7 maart 2019, beide[n] werkzaam bij de DC Klinieken te Rotterdam.
De procedure bij de rechtbank
De vorderingen in hoger beroep
De beoordeling in hoger beroep
grieven I tot en met IV).
grief V).
grief VI).
grieven VII, VIII en IX).
grieven X en XI).
Zij (de toenmalige bedrijfsarts, hof) beoordeelde de situatie als een prive-probleem.Het voorgaande is verder ook consistent met het overgelegde huisartsenjournaal, waaruit naar voren komt dat enige tijd na de mishandeling, op 5 maart 2014 hulp is gezocht voor de
psychische problematiek. Per medio december 2014 is [verweerder] vervolgens daadwerkelijk onder behandeling gekomen bij een psycholoog en een psychiater, werkzaam bij […] GGZ. Deze behandelaars hebben (kort gezegd) als diagnose gesteld:
Depressieve stoornis: eenmalige episode, ernstig. Het hof gaat uit van de juistheid van deze diagnose.
De gegevens, zoals die naar voren komen uit informatie werkgever, bedrijfsarts, medisch specialist, anamnese, eigen lichamelijk- / psychiatrisch onderzoek en dagverhaal vormen een consistent en plausibel geheel.
.Dit laatste blijkt ook uit (onder meer) het medisch onderzoeksverslag van de verzekeringsarts van het UWV van 21 juni 2017 in het kader van herkeuring WIA, als hiervoor geciteerd. Daaruit valt af te leiden dat [verweerder] is uitgevallen met een depressieve stoornis en AC-artritis van de rechter schouder.
Het klopt dat er ook rughernia's bij mij zijn vastgesteld. Die rugklachten had ik tien jaar geleden al, maar ik heb toen nog wel steeds doorgewerkt, want dat was mogelijk. Af en nog toe nam ik wel wat vrij op in verband met die rugklachten. Het is steeds erger geworden. Begin 2019 ben ik er voor naar een pijnkliniek gegaan. Daar zag men dat ik drie rughernia's had. Ik ben op 17 september 2019 naar de neuroloog geweest.Het hof acht het dan ook niet aannemelijk dat de arbeidsongeschiktheid van [verweerder] vanaf 2019 nog in oorzakelijk verband staat tot de gevolgen van de mishandeling op 9 februari 2014. Hierbij kent hof overigens ook nog betekenis toe aan de andere (niet aan [appellant 1] c.s. maar aan [verweerder] toerekenbare) factoren, zoals hiervoor vermeld in rov. 23 en 24
).Bovendien geldt dat [verweerder] (hoewel dat in hoger beroep op zijn weg had gelegen) niet - met verifieerbare gegevens - heeft onderbouwd dat hij vanaf 2019 nog lijdt aan psychische klachten en/of dat hij hiervoor feitelijk nog in behandeling is. De enkele verklaring die hij bij akte in appel heeft overgelegd als productie 5, volstaat hiertoe niet. Deze verklaring (gesteld op naam van M. Hacihasanoglu) is niet gedateerd en niet ondertekend, zodat niet van de authenticiteit en juistheid daarvan kan worden uitgegaan. Verder bevat de verklaring niet meer dan een beschrijving van een (kennelijk) eerder gestelde diagnose, zodat niet duidelijk of en (zo ja) in welke mate) de psychische klachten en beperkingen nog daadwerkelijk bestaan.
De beslissing
opnieuw recht doende,