ECLI:NL:HR:2013:BY1071
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vaststelling tekortkoming en verjaring in schadestaatprocedure ontsmettingsunit glastuinbouw
In deze zaak staat centraal of een schadepost over de periode 1995-1998 in een schadestaatprocedure voor het eerst aan de orde kan worden gesteld en of deze schade is verjaard. [Eiser] exploiteert een glastuinbouwbedrijf en vordert schadevergoeding van [verweerster], die een ontsmettingsunit leverde die bedoeld was om drainwater te ontsmetten.
De hoofdprocedure richtte zich op schade vanaf juli/augustus 1998 toen schimmelvorming optrad. Het hof oordeelde dat alleen voor die periode een tekortkoming was vastgesteld en dat eerdere schade niet aan de orde kon komen. De Hoge Raad stelt dat het onbegrijpelijk is dat het hof niet heeft vastgesteld dat de tekortkoming reeds vanaf de aflevering in 1995 bestond, gezien de processtukken en het feit dat de unit vanaf het begin niet aan de overeengekomen specificaties voldeed.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de verjaring van de vordering voor schade uit 1995-1998 niet is gestuit door de hoofdprocedure over de schade van 1998, omdat dezelfde tekortkoming ten grondslag ligt. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing.
De Hoge Raad veroordeelt [verweerster] tevens in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling.