ECLI:NL:GHDHA:2023:1858
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- H.A.J. Kroon
- P.J.J. Vonk
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde winkel en afwijzing vergoeding immateriële schade wegens redelijke termijn
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waardebeschikkingen en aanslagen voor 2018 en 2019 van een winkelpand, met als kern dat de waarde te hoog was vastgesteld. De Heffingsambtenaar stelde de waarde vast via de huurwaardekapitalisatiemethode, onderbouwd met een waarderapport en vergelijkbare huurtransacties. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af vanwege de coronamaatregelen.
In hoger beroep bevestigde het Gerechtshof dat de Heffingsambtenaar zijn bewijslast had voldaan. De oppervlakteverschillen waren verwaarloosbaar en het leegstandsrisico was adequaat onderbouwd. De coronapandemie vormde een bijzondere omstandigheid die de redelijke termijn verlengde, omdat geplande opnames en hoorzittingen werden uitgesteld.
Het verzoek tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn werd daarom afgewezen. Ook het beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht werd verworpen wegens gebrek aan financiële gegevens. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde bevestigd zonder vergoeding van immateriële schade.