Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 7 september 2023
[X] te [Z] , belanghebbende,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Belastingjaar 2021
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende is eigenaar van een driekamerappartement uit 2002 met een inhoud van 275 m3, gelegen aan een straat in dezelfde plaats als de vergelijkingsobjecten. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2020 vast op € 330.000, gebaseerd op een taxatierapport en een matrix met vergelijkingsobjecten die qua bouwjaar, inhoud en ligging vergelijkbaar zijn.
Belanghebbende voerde aan dat de waarde te hoog is vastgesteld, met name vanwege onjuiste toepassing van de meetinstructie, onvoldoende correctie voor de VvE-reserve, het gebruik van vergelijkingsobjecten verkocht na de waardepeildatum en vermeende discriminatie tussen appartementen en grondgebonden woningen. Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk heeft onderbouwd met een systematische vergelijkingsmethode, waarbij verkoopprijzen naar de waardepeildatum zijn teruggecalculeerd.
De correctie voor de VvE-reserve is volgens het Hof op juiste wijze toegepast door deze uit de verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten te elimineren voordat de waardering plaatsvond. De meetinstructie betreft alleen de inhoudsbepaling van het woongedeelte, terwijl bij de waardering ook de bijgebouwen zoals balkon, berging en parkeerplaats worden betrokken, hetgeen rechtens is toegestaan. De stelling dat alleen vergelijkingsobjecten verkocht vóór de waardepeildatum mogen worden gebruikt, faalt omdat de regelgeving transacties binnen een jaar voor en na de waardepeildatum toestaat.
Het Hof verwierp ook het gelijkheidsbeginselargument over de waardering van parkeerplaatsen bij appartementen versus grondgebonden woningen, omdat deze niet als identiek kunnen worden beschouwd. Gelet op deze overwegingen is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de WOZ-waarde van het appartement niet te hoog is vastgesteld en wijst het hoger beroep af.