ECLI:NL:GHDHA:2023:1914
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- H.A.J. Kroon
- P.J.J. Vonk
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde winkel en afwijzing schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarden van een winkelpand voor de jaren 2018 en 2019, vastgesteld op respectievelijk €1.333.000 en €1.358.000. Na afwijzing van bezwaar en beroep bij de rechtbank stelde belanghebbende hoger beroep in tegen deze besluiten en verzocht tevens om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Heffingsambtenaar onderbouwde de waardebepaling met een waarderapport en een kapitalisatiefactor, gebaseerd op huurprijzen van vergelijkbare objecten. Belanghebbende voerde aan dat de oppervlakte onjuist was vastgesteld en dat het leegstandsrisico te laag werd ingeschat. Het hof oordeelde dat het verschil in oppervlakte verwaarloosbaar was en dat het leegstandsrisico voldoende was onderbouwd met gemeentelijke gegevens.
Met betrekking tot de overschrijding van de redelijke termijn oordeelde het hof dat de coronamaatregelen een bijzondere omstandigheid vormden die de termijn verlengde. Omdat de inpandige opname en het hoorgesprek vanwege corona waren uitgesteld, was de redelijke termijn niet overschreden en bestond geen recht op schadevergoeding.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend en het beroep op betalingsonmacht inzake griffierecht werd afgewezen wegens gebrek aan financiële gegevens.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt bevestigd en het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt afgewezen.