ECLI:NL:GHDHA:2023:2691
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- W.M.G. Visser
- R.A. Bosman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde vrijstaande woning na hoger beroep
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1939 met een garage en een perceel van circa 780 m2. De Heffingsambtenaar van de gemeente Noordwijk stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2020 vast op €1.419.000 voor het belastingjaar 2021. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waarde en stelde beroep in bij de Rechtbank Den Haag, die het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag stond centraal of de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld. Het Hof voerde een volledige herbeoordeling uit en concludeerde dat de Heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan door de waarde te bepalen aan de hand van vergelijkingsobjecten die voldoende vergelijkbaar waren met de woning. De Heffingsambtenaar had rekening gehouden met verschillen in oppervlakte, kwaliteit en voorzieningen.
Belanghebbendes stellingen over onvoldoende onderbouwing, de invloed van de coronacrisis en de waardering van specifieke onderdelen van de vergelijkingsobjecten werden door het Hof verworpen wegens gebrek aan onderbouwing. Ook de klacht over het ontbreken van een apart hoorverslag werd afgewezen omdat de uitspraak op bezwaar een voldoende weergave van het hoorgesprek bevatte.
Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is op 28 december 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €1.419.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.