ECLI:NL:GHDHA:2023:620
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- H.A.J. Kroon
- R.A. Bosman
- Rechtspraak.nl
Inkomsten uit persoonsgebonden budget als resultaat uit overige werkzaamheden belast
Belanghebbende ontving voor de jaren 2018 en 2019 vergoedingen uit het persoonsgebonden budget (pgb) van zijn gehandicapte echtgenote voor de door hem verleende zorg. De Belastingdienst kwalificeerde deze vergoedingen als resultaat uit overige werkzaamheden en nam deze mee in de heffing van inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat de vergoeding uit het pgb niet is vrijgesteld van belasting, ook niet indien de zorg wordt verleend door een fiscale partner. Het Gerechtshof bevestigt dit oordeel in hoger beroep. Het hof overweegt dat het pgb is toegekend om zorg in te kopen en dat de vergoeding een belaste bron van inkomen vormt, ongeacht de familierelatie.
Belanghebbende's beroep dat toepassing van de wet onredelijk zou zijn, wordt verworpen omdat de rechter niet bevoegd is de innerlijke waarde of billijkheid van de wet te toetsen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden bevestigd.