Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 24 januari 2023
[X] te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
Hof] sturen naar [e-mailadres]
Hof], vastgesteld aan de hand van verkopen van vergelijkbare woningen. Daarbij kan mogelijk wel de door u beschreven overlast van het belendende café in worden verdisconteerd. Een waarde van € 200.000,-- zoals door u bepleit, lijkt overigens niet in overeenstemming met de huidige marktwaarde.
Oordeel van de Rechtbank
Omschrijving geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
WOZ-waarde meet volgens belanghebbende niet de waarde in het economische verkeer, maar uitsluitend de kredietverlening die hiermee in stand wordt gehouden. Volgens belanghebbende wordt de waarde gemanipuleerd door de hoogte van de hypothecaire lening die de koper kan aangaan. Beide stellingen leiden niet tot het oordeel dat de waarden te hoog zijn vastgesteld. De waardebepaling van de Wet WOZ is immers gebaseerd op de waarde in het economische verkeer, die, zoals hiervoor in 5.1 is beschreven, wordt gesteld op de waarde van de onroerende zaak in het geval deze in de markt zou worden verkocht aan de meestbiedende. De daarvoor door de Heffingsambtenaar gebruikte methode van vergelijking met verkoopcijfers van vergelijkbare objecten is daarvoor een geëigende methode en dat geldt niet voor de door belanghebbende voorgestane methode om de waarden te bepalen op de historische aankoopprijs vermeerderd met de gepleegde investeringen, noch voor de methode om de waarde te bepalen aan de hand van algemene statistische gegevens en op die grond een correctie op de waarde toe te passen. Voor zover belanghebbende stelt dat de Wet WOZ moet worden gewijzigd en de volgens deze Wet vastgestelde waarde neerwaarts moet worden bijgesteld, faalt die stelling. De rechter mag op grond van artikel 11 van Pro de Wet algemene bepalingen de innerlijke waarde of de billijkheid van de Wet WOZ niet beoordelen (vgl. Gerechtshof Den Haag 25 januari 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:73).
Proceskosten
Beslissing
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank;
- wijst af het verzoek om vergoeding van immateriële schade.