Uitspraak
hij, op of omstreeks 7 juli 2021 te Rotterdam,
hij, op of omstreeks 7 juli 2021 te Rotterdam,
hij, op
of omstreeks7 juli 2021 te Rotterdam,
en met voorbedachten rade, althans opzettelijk,van het leven heeft beroofd, door op de openbare weg,
/of
(vervolgens) te accelereren en/of gas bij te geven, althansmet onverminderde snelheid door te rijden en
/of
(daarna)in strijd met een voor hem, verdachte, geldend en rood licht uitstralend (driekleurig) verkeerslicht door te rijden en
/of
(vervolgens
)die [het slachtoffer] met zijn vrachtwagen aan te rijden en
/ofte overrijden en
/of
(vervolgens
)door te rijden en
/of te blijvente accelereren en
/ofgas bij te geven
waarbij/waardoor
(het aangereden/overreden lichaam van
)die [het slachtoffer] door de vrachtwagen honderden meters werd meegesleurd, als gevolg waarvan die [het slachtoffer] is overleden;
hij, op
of omstreeks7 juli 2021 te Rotterdam,
/aande Waalhavenweg, de
(voornoemde
)plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, een ander,
(te weten [het slachtoffer]
), levensgevaarlijk gewond was geraakt en/of was gedood.
hemaan zou komen en dat dat angst bij hem veroorzaakte. De verdachte heeft ten gevolge van zijn verleden - een zeer zwaar ongeval met een motoragent in 2015 en een dodelijk ongeval met een oude dame in 2020, beide veroorzaakt met zijn vrachtwagen - een preoccupatie met de politie opgelopen. Hij vervolgt daarop zijn weg richting het Barge Centre Waalhaven. [3]
op deze plaats(tegenover de Frigocare) heeft waargenomen. De verdachte heeft evenwel benoemd in zijn eerste inhoudelijke (vierde) verhoor bij de politie dat hij de motoragent een beweging heeft zien maken, een mogelijke armbeweging, waaruit hij, verdachte, begreep dat hij “moest volgen mee naar rechts, want daar moest ik toch naar toe”. [9] De verdachte heeft dit door hemzelf aangeduide volgteken ter terechtzitting in hoger beroep desgevraagd geplaatst (kort) “voorafgaande aan de uitvoegstrook” [10] , maar dus niet al op het eerdere moment bij Frigocare, waar een volgteken te zien is op de beelden getuige het gememoreerde deskundigenonderzoek in hoger beroep en de locatie waarover de getuigen spreken. Opmerking verdient nog dat op de beelden geen volgteken te zien is van de motoragent op de door de verdachte geduide plaats kort voor de uitvoegstrook. In dit licht beschouwd verdient tot slot nog opmerking dat de verdachte in de Penitentiaire Inrichting waar hij verbleef al in een vroeg stadium tegen een (anonieme) verbalisant [kenmerknummer verbalisant] heeft gezegd “dat de motoragent hem voorbij reed om hem te controleren”. [11]
voorde stopstreep van deze uitvoegstrook gelegen. [16]
- een aanvullende rapportage pro Justitia van 3 januari 2024, opgemaakt en ondertekend door H.T.J. Boerboom (psychiater), T.W. van de Kant (klinisch psycholoog) en R.L.F. de Kooter (forensisch milieuonderzoeker);
- een reclasseringsadvies tbs met voorwaarden van 21 mei 2024, opgemaakt door P.M.E. Pieterse, (reclasseringswerker);
- een rapportage pro Justitia van 25 februari 2022, opgemaakt door H.T.J. Boerboom (psychiater), T.W. van de Kant (klinisch psycholoog) en M.C.F. Hoes (GZ psycholoog) en
- een reclasseringsadvies tbs met voorwaarden van 22 april 2022, opgemaakt door E. Blokland (reclasseringswerker).
.
- [benadeelde partij 1]: € 37.500,- aan immateriële schade en € 972,04 aan materiële schade;
- [benadeelde partij 2]: € 17.500,- aan immateriële schade en
- [benadeelde partij 5]: € 522,- aan materiële schade;
- Nationale Politie Eenheid Rotterdam: € 8.820,- (motor) en € 19.978,34 (uitvaart) aan materiële schade.
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (negen) jaren.
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
10 (tien) jaren.
ter beschikking wordt gestelden
beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking.
teruggaveaan [broer verdachte] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
€ 38.472,04 (achtendertigduizend vierhonderdtweeënzeventig euro en vier cent) bestaande uit € 972,04 (negenhonderdtweeënzeventig euro en vier cent) materiële schade en € 37.500,00 (zevenendertigduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.000,00 (tweeduizend euro) aan materiële schadeaf.
87 (zevenentachtig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 18.024,25 (achttienduizend vierentwintig euro en vijfentwintig cent) bestaande uit € 524,25 (vijfhonderdvierentwintig euro en vijfentwintig cent) materiële schade en
€ 5.000,00 (vijfduizend euro) aan immateriële schadeaf.
41 (eenenveertig) dagen.Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 15.442,52 (vijftienduizend vierhonderdtweeënveertig euro en tweeënvijftig cent) bestaande uit € 442,52 (vierhonderdtweeënveertig euro en tweeënvijftig cent) materiële schade en € 15.000,00 (vijftienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 5.000,00 (vijfduizend euro) aan materiële schadeaf.
35 (vijfendertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 522,00 (vijfhonderdtweeëntwintig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 5.000,00 (vijfduizend euro) aan materiële schadeaf.
2 (twee) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 15.189,97 (vijftienduizend honderdnegenentachtig euro en zevenennegentig cent) bestaande uit € 189,97 (honderdnegenentachtig euro en zevenennegentig cent) materiële schade en € 15.000,00 (vijftienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 5.000,00 (vijfduizend euro) aan materiële schadeaf.
34 (vierendertig) dagen.Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 42.568,19 (tweeënveertigduizend vijfhonderdachtenzestig euro en negentien cent) bestaande uit € 68,19 (achtenzestig euro en negentien cent) materiële schade en € 42.500,00 (tweeënveertigduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.000,00 (tweeduizend euro) aan materiële schadeaf.
96 (zesennegentig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 28.798,34 (achtentwintigduizend zevenhonderdachtennegentig euro en vierendertig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
65 (vijfenzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.