Belanghebbende parkeerde op 16 maart 2022 zijn auto op een locatie in Dordrecht waar parkeerbelasting verschuldigd is. Hij betaalde de parkeerbelasting voor 40 minuten, maar kreeg een naheffingsaanslag opgelegd over een uur. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar belanghebbende ging in hoger beroep.
Het Hof oordeelt dat uit de gemeentelijke verordening, het aanwijzingsbesluit, de aanwezige bebording en parkeerapplicatie blijkt dat op de locatie een maximale parkeerduur van 40 minuten geldt. De naheffingsaanslag over een uur is daarom onterecht, omdat na de maximale parkeerduur geen verdere belasting verschuldigd is.
Het Hof vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, de uitspraak op bezwaar en de naheffingsaanslag. Tevens veroordeelt het Hof de Heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan belanghebbende. De wettelijke rentevergoeding gaat in vier weken na uitspraak lopen.