ECLI:NL:GHDHA:2024:1385
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- T.A. de Hek
- W.J.M. van der Weijden
- A.P. Bliek-Monsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gebruikersbelasting OZB 2021 ondanks lockdown en beperkte winkelgebruik
Belanghebbende exploiteert een kledingwinkel in een gehuurde onroerende zaak die tijdens de lockdown in 2021 gesloten was voor publiek. De winkel bleef echter volledig ingericht met meubilair en voorraad, in afwachting van heropening.
De heffingsambtenaar legde een aanslag gebruikersbelasting op, welke belanghebbende betwistte. De Rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof Den Haag bevestigde dit in hoger beroep.
Het hof overwoog dat het begrip 'gebruik' in de Gemeentewet ruimer is dan feitelijk gebruik en ook opslag van voorraad en inrichting als winkel omvat. De lockdown en het ontbreken van winkelend publiek verhinderen niet dat sprake is van gebruik. Belanghebbende hield de zaak bewust ingericht met intentie tot heropening.
De aanslag is terecht opgelegd aan belanghebbende als gebruiker en niet aan de eigenaar, omdat de eigenaar het gebruik aan belanghebbende heeft afgestaan door verhuur. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat belanghebbende de onroerende zaak gebruikte en de aanslag gebruikersbelasting terecht is opgelegd.