ECLI:NL:GHDHA:2024:1585
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- L.D.M.A. Reijs
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- T.A. de Hek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat terugwerkende kracht reparatiewet verhuurderheffing niet in strijd is met artikel 1 EP en rechtszekerheidsbeginsel
Belanghebbende, eigenaar van meer dan 50 huurwoningen, betaalde verhuurderheffing over 2020. De Inspecteur hief een naheffing op na een gecorrigeerde aangifte. Belanghebbende stelde bezwaar en beroep in tegen de naheffing, waarbij zij aanvoerde dat de terugwerkende kracht van de reparatiewet in strijd was met het gelijkheidsbeginsel en artikel 1 EP Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde. Het Hof voerde een uitgebreide toets uit aan de hand van jurisprudentie van de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het Hof oordeelde dat de terugwerkende kracht van de reparatiewet gerechtvaardigd is vanwege het grote budgettaire belang en het voorkomen van een grote derving van de verhuurderheffing.
Het Hof stelde vast dat de reparatiewet de beëindiging van een fiscaal privilege voor mede-eigenaren inhoudt en dat de terugwerkende kracht geen individuele en buitensporige last voor belanghebbende oplevert. De stelling dat sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel behoeft geen verdere behandeling omdat dit uitgaat van het ontbreken van terugwerkende kracht.
Het Hof concludeerde dat de terugwerkende kracht niet in strijd is met artikel 1 EP Pro noch met het rechtszekerheidsbeginsel en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugwerkende kracht van de reparatiewet wordt bevestigd.