ECLI:NL:HR:2009:BI1909
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt terugwerkende kracht afschaffing pc-privéregeling loonheffing
Belanghebbende kocht in september 2004 een pc en printer en ontving van zijn werkgever een vergoeding die als belastbaar loon werd aangemerkt, waarover loonheffing werd ingehouden. De Inspecteur handhaafde deze inhouding, maar het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond omdat de wettelijke grondslag voor de heffing volgens het Hof nog niet van kracht was op het moment van de uitspraak op bezwaar.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen dit oordeel. De Hoge Raad oordeelde dat een rechter in belastingzaken een uitspraak op bezwaar moet toetsen aan de wetgeving die van toepassing is op het moment van de uitspraak, ook als die wetgeving met terugwerkende kracht is ingevoerd. Dit betekent dat de terugwerkende kracht van de afschaffing van de pc-privéregeling in dit geval wel toegepast mag worden.
Vervolgens onderzocht de Hoge Raad of deze terugwerkende kracht een schending vormt van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, dat het eigendomsrecht beschermt. De Hoge Raad concludeerde dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat de terugwerkende kracht geen onevenredige last oplevert voor belanghebbende, mede omdat hij op het moment van de inhouding op de hoogte was van de voorgenomen wetswijziging.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof en verklaarde het beroep van de Staatssecretaris gegrond, waarbij de loonheffing op de pc-vergoeding terecht is ingehouden. De zaak werd door de Hoge Raad zelf afgedaan zonder verdere proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep van de Staatssecretaris gegrond en bevestigt dat de terugwerkende kracht van de afschaffing van de pc-privéregeling rechtmatig is toegepast.