ECLI:NL:GHDHA:2024:1886
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardevaststelling muziekcafé volgens Wet WOZ door Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende, gebruiker van een muziekcafé gelegen op de eerste etage van een pand in het centrum van een Nederlandse plaats, betwistte de WOZ-waarde van €170.000 die door de Heffingsambtenaar was vastgesteld voor het belastingjaar 2022. De Rechtbank Den Haag had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Den Haag.
De Heffingsambtenaar onderbouwde de waardevaststelling met een matrix van verkoopgegevens van vergelijkbare horecapanden in de omgeving, waarbij rekening was gehouden met verschillen zoals de ligging op de eerste etage. Het Hof oordeelde dat deze vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar waren en dat de Heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De door belanghebbende aangevoerde argumenten, zoals een hogere coronakorting en leegstandsrisico, waren onvoldoende concreet en onderbouwd.
Het Hof verwierp ook de klacht over het ontbreken van bepaalde stukken in het procesdossier, omdat de Heffingsambtenaar niet verplicht was om alle door belanghebbende genoemde stukken te overleggen. Het verzoek om de eigenaar als partij toe te laten werd eveneens afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de waardevaststelling van €170.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.