Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 24 oktober 2024
[X] , te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Bewijsaanbod
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende heeft een naheffingsaanslag bpm ontvangen op basis van een CO2-uitstoot van 186 gr/km vastgesteld door de RDW volgens de WLTP-methode, terwijl hij uitging van 125 gr/km. De Inspecteur heeft de naheffingsaanslag verminderd tot € 858 na bezwaar. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Het geschil betrof de juiste vaststelling van de CO2-uitstoot van een gebruikte Mercedes-Benz B-klasse. Belanghebbende stelde dat de Scandinavische rekenmethode niet toegepast mocht worden en dat de uitstoot lager was. Het Hof oordeelde dat de Scandinavische rekenmethode correct is toegepast omdat geen EU-typegoedkeuring, certificaat van overeenstemming of individuele test werd overlegd.
Belanghebbende kon de vergelijkbaarheid van referentievoertuigen niet aannemelijk maken en het bewijsaanbod van een certificaat van overeenstemming werd als tardief afgewezen. Het Hof past de proceskostenvergoeding aan op grond van recente jurisprudentie en veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van het in beroep geheven griffierecht.
De uitspraak bevestigt dat de wettelijke hiërarchie van bewijsmiddelen en de toepasselijkheid van de Scandinavische rekenmethode leidend zijn bij de vaststelling van de bpm bij gebruikte geïmporteerde auto's zonder volledige typegoedkeuring.
Uitkomst: De naheffingsaanslag bpm wordt bevestigd met een aangepaste proceskostenvergoeding en vergoeding van griffierecht.