Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 25 januari 2024
[X] B.V. te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Historische nieuwprijs (auto 2)
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag BPM opgelegd voor vier gebruikte auto’s, die deels werd verminderd door de Inspecteur. De Rechtbank verklaarde beroepen voor twee auto’s gegrond en verminderde de naheffingsaanslag op basis van een hogere historische nieuwprijs dan door de Inspecteur gesteld. De Rechtbank kende ook immateriële schadevergoeding en proceskosten toe.
In hoger beroep stelde de Inspecteur dat de historische nieuwprijs van auto 2 lager moest zijn en dat de proceskostenvergoeding te hoog was vastgesteld. Belanghebbende stelde dat de Rechtbank de hoogte van de naheffingsaanslag niet had vastgesteld en dat een hogere wegingsfactor voor proceskostenvergoeding had moeten worden toegepast.
Het Hof oordeelde dat de Rechtbank terecht uitging van de historische nieuwprijs van de auto zelf en niet van referentieauto’s, maar dat de Rechtbank had moeten kwantificeren wat de naheffingsaanslag precies bedroeg, mede vanwege de extra leeftijdskorting. Het principaal hoger beroep werd ongegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep gegrond. De naheffingsaanslag voor auto 2 werd verminderd tot € 1.287 en de belastingrente dienovereenkomstig. De proceskostenvergoeding werd bevestigd en het griffierecht aan de Inspecteur opgelegd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM voor auto 2 wordt verminderd tot € 1.287 en de proceskostenvergoeding bevestigd.