ECLI:NL:GHDHA:2024:736
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag BPM ondanks geschil over CO2-uitstoot en waardevermindering schade
Belanghebbende betwistte een naheffingsaanslag BPM opgelegd door de Inspecteur, waarbij discussie bestond over de juiste CO2-uitstoot van een gebruikte Mercedes-Benz en de waardevermindering door schade. De Rechtbank had de naheffingsaanslag verlaagd, maar het Hof bevestigt deze uitspraak.
Het Hof oordeelt dat de CO2-uitstoot van 163 gram per kilometer juist is vastgesteld volgens de WLTP-methode en dat de auto niet gelijksoortig is aan de door belanghebbende aangedragen referentievoertuigen. De verschillen in typegoedkeuring, uitvoering en slijtage maken dat belanghebbende niet slaagt in zijn bewijslast. Ook het beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel faalt omdat de staatssecretaris geen concrete garanties gaf.
Ten aanzien van de waardevermindering wegens schade stelt het Hof dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de schade het niveau van normale gebruikssporen overstijgt. Het taxatierapport en schadecalculatie zijn onvoldoende onderbouwd tegenover het deskundige rapport van DRZ. De naheffingsaanslag wordt daarom gehandhaafd op € 2.794. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag BPM van € 2.794 en wijst het hoger beroep van belanghebbende af.