ECLI:NL:GHDHA:2025:1054
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- C. Maas
- L.D.M.A. Reijs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na bezwaar en hoger beroep wegens niet geschonden toezendplicht en juiste waardebepaling
Belanghebbende, eigenaar van een tussenwoning uit 1982, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €350.000 voor het jaar 2022. De heffingsambtenaar had de waarde bepaald op basis van een taxatieverslag met een matrix van vergelijkingsobjecten. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
In hoger beroep stond centraal of de heffingsambtenaar de toezendplicht had geschonden door niet alle gevraagde stukken, zoals taxatiematrix en grondstaffel, te verstrekken, of dat de waarde te hoog was vastgesteld. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar geen gebruik maakt van grondstaffels en KOUDV-factoren en dat de matrix pas in de beroepsfase wordt opgesteld, waardoor geen schending van de toezendplicht is vastgesteld.
Daarnaast is vastgesteld dat de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en dat de erfpachtsituatie geen wezenlijk verschil maakt. De waarde van €350.000 is niet te hoog vastgesteld. Ook het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel is niet geschonden. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €350.000 wordt bevestigd.