ECLI:NL:GHDHA:2025:1055
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- C. Maas
- L.D.M.A. Reijs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning en niet-schending toezendplicht door gemeente Den Haag
Belanghebbende is eigenaar van een benedenwoning uit 1934 met een gebruiksoppervlak van circa 107 m². De heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag stelde de WOZ-waarde voor het jaar 2022 vast op €504.000. Belanghebbende maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat de waarde te hoog was vastgesteld en dat de gemeente niet aan haar toezendplicht had voldaan door niet alle gevraagde stukken te verstrekken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof Den Haag bevestigt deze uitspraak. Het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, onder meer doordat de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en de verschillen in onderhoud en ligging adequaat zijn meegenomen.
Verder is geoordeeld dat de heffingsambtenaar niet gehouden was om bepaalde stukken zoals grondstaffels, KOUDV-factoren, bouwtekeningen en iWOZ-kaarten te verstrekken omdat deze niet zijn gebruikt bij de waardebepaling of niet tot de op de zaak betrekking hebbende stukken behoren. Ook is geen sprake van schending van de motiverings- of zorgvuldigheidsbeginselen. Het hoger beroep is derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €504.000 bevestigd.