ECLI:NL:GHDHA:2025:1111
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na zorgvuldige waardering en afwijzing beroep
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woonboerderij uit 1927 met een gebruiksoppervlakte van 180 m2, gelegen op een perceel van 4.660 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2021 vast op € 794.000, wat belanghebbende betwistte. Na afwijzing van bezwaar en beroep bij de Rechtbank Rotterdam stelde belanghebbende hoger beroep in tegen de bevestiging van deze waarde.
De heffingsambtenaar onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met drie vergelijkbare objecten, waarbij rekening werd gehouden met verschillen in bouwjaar, oppervlakte en staat van onderhoud. Belanghebbende overhandigde een eigen matrix met een lagere waarde, maar deze werd door het hof als minder geschikt beoordeeld.
Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar het zorgvuldigheidsbeginsel niet heeft geschonden, mede omdat belanghebbende een inpandige opname van de woning weigerde. De waardering is gebaseerd op een systematische vergelijking met marktgegevens en houdt voldoende rekening met waardedrukkende factoren zoals scheurvorming en nabijheid van een gascompressorstation.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Belanghebbende kan binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van € 794.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.