ECLI:NL:GHDHA:2025:1165
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag bpm ondanks verschil in CO₂-uitstoot en typegoedkeuring
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag bpm van €3.870, gebaseerd op een hogere CO₂-uitstootwaarde en een taxatie zonder waardevermindering wegens schade. De Rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond, verminderde de aanslag tot €3.674 en kende een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat de auto gelijksoortig was aan referentieauto's met een lagere CO₂-uitstoot op basis van de NEDC-methode, waardoor toepassing van de WLTP-methode in strijd zou zijn met artikel 110 VWEU Pro. Het Hof oordeelde dat gelijksoortigheid vereist dat voertuigen dezelfde EG-typegoedkeuring hebben, wat hier niet het geval was.
Het Hof volgde de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad en verwierp het beroep van belanghebbende omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat het verschil in CO₂-uitstoot uitsluitend door de meetmethode werd veroorzaakt. Ook het verzoek om aanhouding werd afgewezen. De proceskostenvergoeding voor de beroepsfase werd bevestigd zoals vastgesteld door de Rechtbank.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Partijen kunnen binnen zes weken beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag bpm en verklaart het hoger beroep ongegrond.