ECLI:NL:GHDHA:2025:1231
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake aanmaningskosten en tijdigheid van bezwaar tegen aanslagen onroerendezaakbelastingen
In deze zaak heeft het Gerechtshof Den Haag op 24 juni 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de aanmaningskosten die aan belanghebbende zijn opgelegd door de Invorderingsambtenaar van de Gemeente Den Haag. De belanghebbende had voor het belastingjaar 2023 aanslagen in de onroerendezaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing ontvangen, maar had deze niet tijdig betaald. De Invorderingsambtenaar stuurde een aanmaning en bracht aanmaningskosten in rekening. Belanghebbende stelde dat hij tijdig bezwaar had gemaakt tegen de aanslagen, maar het Hof oordeelde dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat het bezwaar tijdig ter post was bezorgd. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de aanmaningskosten terecht in rekening waren gebracht, en het Hof bevestigde deze uitspraak. Belanghebbende had ook een beroep op betalingsonmacht gedaan, dat werd toegewezen, maar dit had geen invloed op de aanmaningskosten. Het Hof concludeerde dat de Invorderingsambtenaar de aanmaningskosten terecht had opgelegd en dat het hoger beroep ongegrond was.