ECLI:NL:GHDHA:2025:1231
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanmaningskosten na niet tijdig ingediend bezwaarschrift tegen belastingaanslagen
Belanghebbende kreeg voor het belastingjaar 2023 aanslagen opgelegd voor onroerendezaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Na niet tijdige betaling werd een aanmaning met aanmaningskosten van €18 opgelegd. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze kosten, stellende dat hij tijdig bezwaar had gemaakt tegen de aanslagen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het bezwaarschrift pas na de termijn was gepost.
In hoger beroep bevestigde het Hof dat het bezwaarschrift tegen de aanslagen niet tijdig was ingediend, omdat het poststempel op de envelop 4 april 2023 was, terwijl de termijn eindigde op 24 maart 2023. Belanghebbende bracht geen bewijs voor tijdige verzending of verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding aan.
Het beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht werd toegewezen op basis van het inkomen en het ontbreken van vermogen. De aanmaningskosten werden echter terecht in rekening gebracht. Het Hof wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de aanmaningskosten terecht zijn opgelegd omdat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend.