Uitspraak
“Artikel 2 Karakter Pro pensioenregeling
Artikel 3 Deelnemer Pro en deelnemerschap
Artikel 4Pensioengrondslag
Artikel 5 Ouderdomspensioen Pro
Artikel 6 Partnerpensioen Pro
Artikel 7 Wezenpensioen Pro
Artikel 12 Afkoop Pro, waardeoverdracht en verval van een (heel) klein pensioen
Artikel 15 Toeslagverlening Pro
Artikel 18 Financiering Pro
Artikel 19 Vrijstelling Pro van premiebetaling bij arbeidsongeschiktheid
Artikel 23 Verbod Pro op afkoop en vervreemding, volmacht
Artikel 2. Premiebeleid en -betaling
1) Artikel 135, lid 1, onder g), van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde,
vergelijkbaarbeleggingsrisico. Zoals ook Nederland heeft aangevoerd, volstaat het feit dat het bedrag van de pensioenuitkering of aanspraak ook in beperkte mate indirect afhankelijk is van het beleggingsrendement, niet om te concluderen dat er sprake is van een vergelijkbaar beleggingsrisico. De eventuele aanpassing van het pensioenbedrag (naar boven of naar beneden) hangt af van een overeenkomstige dekkingsgraad, teneinde in het belang van alle begunstigden ten minste het voorziene pensioen zoveel mogelijk te garanderen. Beleggers in een icbe ontvangen echter geen minimumgarantie met betrekking tot de terugbetaling van hun beleggingen.
beleggingsrisicoen niet om de
beleggingsresultaten. Dat de beleggingsresultaten het grootste deel van de latere uitkeringen vormen mag geen verrassing zijn (zie 5.4.1.). Het gaat erom dat de deelnemer een
risicoloopt dat vergelijkbaar is met het risico van een deelnemer in een ter collectieve belegging bijeengebracht vermogen. Dat laatste heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt. De deelnemer loopt indirect een beperkt risico dat wordt gedempt door de eerder genoemde waarborgen en de rekenrente, die de scherpste fluctuaties voorkomt. Het primaire standpunt van belanghebbende faalt.