ECLI:NL:GHDHA:2025:1805
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over WOZ-waarden en griffierechten in hoger beroep
Belanghebbende, eigenaar van drie onroerende zaken waaronder een parkeergarage en twee winkelpanden, maakte bezwaar tegen de WOZ-waarden vastgesteld door de heffingsambtenaar. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en legde griffierechten op. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en de hoogte van de griffierechten.
Het hof overwoog dat de heffingsambtenaar voldoende gegevens had verstrekt en inzage had geboden, zodat geen schending van artikel 40, lid 2, Wet WOZ was vastgesteld. De motivering van de uitspraak op bezwaar voldeed aan het motiveringsbeginsel. Ook was het griffierecht terecht geheven omdat de beschikkingen niet als samenhangende besluiten konden worden aangemerkt.
Het hof wees het beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens oordeelde het hof dat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing is op belastingaanslagen, zodat de griffierechten geen belemmering van het recht op toegang tot de rechter vormden. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.