ECLI:NL:GHDHA:2025:1807
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken recente schriftelijke machtiging in WOZ-zaak
Belanghebbende is eigenaar van een woning waarvan de WOZ-waarde voor 2023 is vastgesteld op €563.000. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd de waarde verminderd tot €524.000, maar het beroep bij de rechtbank werd ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde via gemachtigde [Y] hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
Het hof stelde echter gerede twijfel aan de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [Y] vanwege het ontbreken van een recente schriftelijke machtiging (niet ouder dan zes maanden) en een geldig identiteitsbewijs van de volmachtgever. Ondanks verzoeken om deze documenten te overleggen, werden deze niet verstrekt.
Het hof oordeelde dat het ontbreken van deze recente machtiging en identiteitsbewijs leidt tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. Het hof wees ook de door [Y] ingebrachte verzendbewijzen van e-mailcorrespondentie af als onvoldoende bewijs van daadwerkelijke kennisgeving aan belanghebbende. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een recente schriftelijke machtiging en een geldig identiteitsbewijs.