ECLI:NL:GHDHA:2025:1994
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- C. Maas
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- R.A. Bosman
- Rechtspraak.nl
Geen procesbelang huurder sociale huurwoning bij WOZ-waarde geschil
Belanghebbende, huurder van een sociale huurwoning, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning voor het jaar 2022, stellende dat de waarde te hoog was vastgesteld vanwege omgevingsfactoren. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij de Heffingsambtenaar stelde dat belanghebbende geen direct financieel belang had bij de verlaging van de WOZ-waarde.
In hoger beroep bevestigde het Hof dat hoewel de WOZ-waarde invloed kan hebben op de huurprijs van niet-geliberaliseerde woonruimte, belanghebbende geen direct financieel gevolg ondervindt. Dit omdat de huurprijs nog niet de maximale huurprijs bereikte en de verhuurder geen beleid voert om de huurprijs aan te passen op basis van een lagere WOZ-waarde. Ook waren er geen belastingen opgelegd waarbij de WOZ-waarde als heffingsmaatstaf diende.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende daardoor geen procesbelang heeft en het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. Desondanks werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard omdat belanghebbende geen direct financieel belang heeft bij een lagere WOZ-waarde.