Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 21 oktober 2025
[X] te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
2
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende is eigenaar van 71 garages in een serviceflat. De Heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per garage vast op €47.000. De rechtbank oordeelde dat de waarde te hoog was en stelde deze op €26.000, mede vanwege het specifieke imago van serviceflats en de beperkte doelgroep voor deze garages.
In hoger beroep betwistte de Heffingsambtenaar deze lagere waardering en stelde dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Het hof overwoog dat de waarde volgens artikel 17 lid 2 Wet Pro WOZ moet worden bepaald op basis van de volle en onbezwaarde eigendom en vrije opleverbaarheid, waarbij lidmaatschapsrechten buiten beschouwing worden gelaten.
Het hof oordeelde dat, anders dan bij appartementen in serviceflats, de garages qua aard en functie gelijk zijn aan vergelijkbare garages buiten serviceflats. De markt voor garages in serviceflats wijkt niet wezenlijk af van die voor andere garages. De Heffingsambtenaar had aannemelijk gemaakt dat de waarde van €43.000 per garage niet te hoog was. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en stelde de waarde op €43.000 per garage vast.
Uitkomst: De WOZ-waarde van elke garage wordt vastgesteld op €43.000 en de aanslagen worden dienovereenkomstig verminderd.