Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 6 augustus 2024 met daarin de grieven, met bijlagen. De man is hiermee in hoger beroep is gekomen van de mondelinge uitspraak van 12 juli 2024 en het vonnis van 26 juli 2024 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam;
- de processen-verbaal van de mondelinge behandeling van 13 september 2024, de voortzetting daarvan op 14 november 2024 en 15 juli 2025, met de daarin genoemde stukken;
- de memorie van antwoord van de vrouw van 15 juli 2025 tevens incidenteel hoger beroep, met bijlagen;
- het antwoord van de man in het incidenteel hoger beroep, zoals geformuleerd in zijn pleitnotities van 15 juli 2025.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de voorzieningenrechter
I. de vrouw te machtigen om alles te doen wat noodzakelijk is voor de verkoop van de woning;
II. te bepalen dat het te wijzen vonnis in de plaats treedt van de noodzakelijk toestemming en/of wilsverklaring van de man voor het in verkoop geven van deze woning;
III. de man te veroordelen mee te werken aan alle bezichtigingen van de makelaar en op eerste verzoek de vrouw en of de makelaar de sleutels van de woning uiterlijk een uur voor bezichtiging aan haar/hem ter hand te stellen en zowel de vrouw, de makelaar en kandidaten tijdig en volledig tot de woning toe te laten, een en ander op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per dag dat de man in gebreke blijft te voldoen aan het te wijzen vonnis;
IV. te bepalen dat het vonnis, twee dagen na betekening in de plaats zal treden van de door de man te verrichten noodzakelijke formaliteiten en te verlenen toestemming en/of wilsverklaring voor de verkoop van de woning voor een vraag- cq. verkoopprijs zoals hiervoor gevraagd, zijnde onder meer het sluiten van een onderhandse verkoopovereenkomst, notariële levering respectievelijk voor de te verlijden notariële akte, een en ander op de voet van artikel 3:300 lid 1 en Pro 2 BW;
V. de man te veroordelen om mee te werken aan de door de kopers gewenste leveringsdatum en uiterlijk twee dagen voor overdracht aan een derde(n) de woning ontruimd, schoon, in goede staat en tijdig voor notarieel transport op te leveren op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per dag dat de man in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen;
VI. de man te veroordelen in de kosten van de procedure, het salaris advocaat en het griffierecht daaronder begrepen.
de man, voor zover een spoedeisend belang wordt aangenomen, gevorderd om de vrouw te gelasten haar medewerking te geven aan het stellen van de vraagprijs van de woning op het oorspronkelijk gehanteerde bedrag van € 1.025.000,- en de afgesproken termijn voor de notariële overdracht van de woning van een halfjaar, een en ander op straffe van verbeurte van een door de voorzieningenrechter te bepalen dwangsom voor zover de vrouw hieraan niet haar medewerking geeft binnen twee dagen na betekening van het te wijzen vonnis, met veroordeling van de vrouw in de proceskosten.
De voorzieningenrechter heeft toen de reconventionele vordering van de man afgewezen en de proceskosten in reconventie gecompenseerd. De voorzieningenrechter heeft daartoe onder meer overwogen dat de man op grond van het vonnis van 6 juli 2023 verplicht is om redelijke adviezen van de makelaar op te volgen en dat de verlaging van de vraagprijs van € 1.025.000,- naar € 975.000,- naar voorlopig oordeel een redelijk advies is.
I) machtigt de vrouw om alles te doen wat noodzakelijk is voor de verkoop van de woning;
IV) bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de handtekening en/of instemmende wilsverklaring van de man ten behoeve van de koopovereenkomst en de notariële leveringsakte in de zin van artikel 3:300 lid 1 BW Pro, indien de man niet binnen 7 dagen na de betekening van dit vonnis meewerkt aan het sluiten van de koopovereenkomst en/of het verlijden van de notariële leveringsakte:
V) veroordeelt de man om mee te werken aan de door de koper(s) gewenste leveringsdatum en uiterlijk twee dagen vóór overdracht aan een derde(n) de woning ontruimd, schoon, in goede staat en tijdig voor notarieel transport op te leveren, op verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag dat de man in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen, een en ander tot een maximum van 50.000,- .
De voorzieningenrechter heeft daarbij de proceskosten gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Het meer of anders gevorderde is afgewezen.
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
In het principaal hoger beroep
Grief 1 en 4
7.Beslissing
- bekrachtigt de uitspraken van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 12 juli 2024 en 26 juli 2024;
- wijst af het in hoger beroep meer of anders gevorderde;
- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van het hoger beroep draagt, zowel in het principaal als incidenteel hoger beroep.