Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 23 oktober 2025
[X] B.V. te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
- verklaart de beroepen met zaaknummers SGR 22/7783, SGR 22/7787, SGR 22/8525 en SGR 22/8527 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar 1, 3, 7 en 8, behoudens voor zover daarbij teruggaven zijn verleend;
- draagt verweerder op aan eiseres (aanvullende) teruggaven van bpm te verlenen ten bedrage van € 38 (SGR 22/7783), € 138 (SGR 22/7787), € 2 (SGR 22/8525) en € 23 (SGR 22/8527) en daarover overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 30ha en 30hb van de Algemene wet inzake rijksbelastingen belastingrente te vergoeden;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- verklaart de overige beroepen ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 833,33;
- veroordeelt de Minister van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 166,67;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.625;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van in totaal € 730 aan eiseres te vergoeden; en
- bepaalt dat de termijn voor de vergoeding van wettelijke rente gaat lopen vanaf vier weken na de datum van deze uitspraak, dan wel, indien dit een later gelegen datum is, vier weken na de datum waarop opgaaf is gedaan van een bankrekening op naam van eiseres.”