Belanghebbende heeft tegen uitspraken van de Rechtbank Den Haag over de belasting van personenauto's en motorrijwielen (bpm) hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift bevatte echter geen motivering, slechts een pro-forma mededeling met een verzoek om proceskostenvergoeding en een bijlage van de uitspraak van de Rechtbank.
Het Hof heeft belanghebbende een mogelijkheid geboden om het verzuim te herstellen door alsnog de gronden van het hoger beroep in te dienen binnen een gestelde termijn. Belanghebbende heeft hier geen gebruik van gemaakt. De motiveringseis is wettelijk voorgeschreven om de rechter en het bestuursorgaan duidelijkheid te verschaffen over de gronden van het beroep.
Het Hof overweegt dat het ontbreken van motivering niet verschoonbaar is en dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Tevens is geoordeeld dat deze motiveringseis niet in strijd is met Unierecht of het EVRM, aangezien deze eis noodzakelijk en proportioneel is.
De uitspraak van de Rechtbank blijft daarmee in stand. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten of griffierecht. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.