ECLI:NL:GHDHA:2025:377
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- I. Reijngoud
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- W. de Wit
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag parkeerbelasting ondanks geringe overschrijding kosten
Belanghebbende werd een naheffingsaanslag opgelegd voor het parkeren zonder betaling op een aangewezen locatie in Leiden op 22 oktober 2022. De aanslag bedroeg € 69,40, waarvan € 66,60 aan kosten van de naheffing. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de naheffingsaanslag vanwege een overschrijding van het wettelijk maximale bedrag aan naheffingskosten van € 66,50.
De Heffingsambtenaar verminderde de aanslag bij uitspraak op bezwaar met € 0,10 tot € 69,30. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de geringe overschrijding niet tot onverbindendheid van de verordening leidde. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Het Hof oordeelde dat het bedrag van € 66,60 in de verordening het wettelijk maximum van € 66,50 overschrijdt, maar slechts met € 0,10, een verwaarloosbare overschrijding. Daarom werd de verordening partieel onverbindend verklaard voor het bedrag boven het maximum, maar de naheffingsaanslag werd niet verder verminderd omdat de overschrijding reeds was gecorrigeerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft ongewijzigd na partiële onverbindendverklaring van de kostenverordening.