Belanghebbende is gehuwd met een zelfstandig ondernemer die in 2020 vanwege COVID-19 zijn werkzaamheden moest staken en een TOZO-uitkering ontving. De Inspecteur rekende de helft van deze uitkering toe aan belanghebbende en belastte deze met inkomstenbelasting. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigt dit oordeel.
De TOZO-regeling is een algemene bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, die gezamenlijk toekomt aan echtgenoten. De uitkering is belastbaar inkomen en het feit dat de uitkering op de bankrekening van de echtgenoot is gestort, sluit niet uit dat belanghebbende de uitkering heeft genoten. Een beroep op vertrouwen op basis van een uitlating van een gemeentemedewerker wordt verworpen omdat deze niet namens de Belastingdienst is gedaan.
Het Gerechtshof oordeelt dat de Inspecteur terecht de helft van de TOZO-uitkering aan belanghebbende heeft toegerekend en dat de belastingrente correct is berekend. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak van de Rechtbank wordt bevestigd.