ECLI:NL:GHDHA:2025:530
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake rechtsherstel box 3-belasting zonder rentevergoeding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2021 vanwege een te hoog forfaitair rendement in box 3. De Rechtbank verklaarde het beroep gegrond, verminderde het box 3-inkomen en kende een rentevergoeding toe op basis van wettelijke rente.
De Inspecteur stelde hoger beroep in tegen de rentevergoeding, terwijl belanghebbende incidenteel hoger beroep instelde tegen de te lage proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase. Het Hof oordeelde dat de rentevergoeding alleen toekomt indien de wettelijke rente hoger is dan het belastingvoordeel, wat in deze zaak niet het geval was.
Het Hof vernietigde daarom het deel van de uitspraak over de rentevergoeding, bevestigde het box 3-inkomen en kende een hogere proceskostenvergoeding toe voor de bezwaarfase en het hoger beroep. De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende, met wettelijke rente over het verschuldigde bedrag.
De uitspraak benadrukt dat rechtsherstel bij schending van het EVRM in box 3 niet automatisch leidt tot rentevergoeding, tenzij een disproportionele verhouding bestaat tussen rente en belastingvermindering. Tevens is het systeem van proceskostenvergoeding aangepast conform recente jurisprudentie van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Hof vernietigt het deel over rentevergoeding, bevestigt het box 3-inkomen en wijst een hogere proceskostenvergoeding toe.