ECLI:NL:GHDHA:2025:539
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken recente volmacht in WOZ-zaak
Belanghebbende is eigenaar van een woning waarvan de WOZ-waarde voor 2022 is vastgesteld op €818.000. Tegen deze beschikking en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting is bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde de gemachtigde, [Y], hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
Bij het hoger beroep werd een volmacht overgelegd die dateerde van 12 april 2022. Het Hof vroeg echter een recente volmacht (niet ouder dan zes maanden voor het instellen van het hoger beroep) en een kopie van een geldig identiteitsbewijs van de volmachtgever, vanwege twijfels over de vertegenwoordigingsbevoegdheid. Ondanks toezeggingen werden deze documenten niet overgelegd.
Het Hof overwoog dat op grond van artikel 8:24 lid 2 Awb Pro een rechter een recente machtiging kan verlangen als er twijfel bestaat over de vertegenwoordigingsbevoegdheid. Gezien het tijdsverloop, het algemene karakter van de volmacht en jurisprudentie achtte het Hof het verzoek tot het overleggen van een recente volmacht gerechtvaardigd. Het uitblijven daarvan leidde tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van het Gerechtshof Den Haag op 13 maart 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een recente volmacht en identiteitsbewijs.