Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de kantonrechter
5.Verzoek in hoger beroep
- het gegeven ontslag nietig te verklaren c.q. de opzegging van de arbeidsovereenkomst o.g.v. art. 7:681 BW Pro te vernietigen;
- te gelasten dat TotaalVERS [naam] binnen zeven dagen na heden weder te werk zal stellen, op straffe van een dwangsom;
- TotaalVERS te veroordelen tot doorbetaling van het loon vanaf oktober 2023 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd, vermeerderd met de wettelijke verhoging;
- TotaalVERS te veroordelen in de kosten van beide instanties.
6.Beoordeling in hoger beroep
“goed gemotiveerd”en
“duidelijk”was, rechtvaardigt geenszins de conclusie dat sprake is van misbruik van recht door gebruik te maken van het recht om hoger beroep in te stellen. Van een situatie dat de stellingen van Budget Solutions
“al in meerdere procedures zijn behandeld en waarin hij steeds in het ongelijk is gesteld”is geen sprake. Van (andere) omstandigheden die aanleiding zouden kunnen vormen af te wijken van het gebruikelijke (liquidatiet)tarief, is niet gebleken.
7.Beslissing
- bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 9 februari 2024;
- veroordeelt Budget Solutions in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van TotaalVERS begroot op € 3.404,-,
- bepaalt dat als Budget Solutions niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en deze beschikking vervolgens wordt betekend, Budget Solutions de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-.