ECLI:NL:GHDHA:2025:671
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na bezwaar en beroep wegens juiste waardebepaling
Belanghebbende is eigenaar van een twee-onder-één-kapwoning uit 2002, waarvan de WOZ-waarde voor 2022 door de Heffingsambtenaar is vastgesteld op €729.000. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waarde en stelde beroep in bij de Rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
De Heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een waardematrix en taxatieverslag, waarin vergelijkbare woningen uit dezelfde wijk werden betrokken. De Rechtbank oordeelde dat de Heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede omdat rekening was gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte, perceelgrootte, ligging en staat van onderhoud. Belanghebbende bracht geen nieuwe feiten in hoger beroep die tot een ander oordeel konden leiden.
Het Hof bevestigde dat de waardebepaling volgens artikel 17 Wet Pro WOZ correct was uitgevoerd en dat de Heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan. De door belanghebbende aangevoerde nadelen van de ligging en de staat van de woning werden onvoldoende onderbouwd en konden de vastgestelde waarde niet verminderen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.