De heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag stelde de WOZ-waarde van een woning vast en legde een aanslag onroerende-zaakbelastingen op. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde [Y] namens belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
Het hof stelde vast dat de bij het hogerberoepschrift overgelegde machtiging gedateerd was van meer dan een jaar voor het hoger beroep en vroeg om een recente machtiging en een kopie van een geldig identiteitsbewijs. Ondanks uitstelverzoek en meerdere verzoeken leverde [Y] deze stukken niet aan. Hierdoor ontstond gerede twijfel aan de vertegenwoordigingsbevoegdheid.
Het hof oordeelde dat zonder recente machtiging het hoger beroep niet-ontvankelijk is. De doorlopende volmacht kan immers zijn beëindigd zonder kennisgeving aan het hof. De stelling van [Y] dat cliënten moeite hebben met digitale communicatie was onvoldoende om het verzuim te verontschuldigen. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en niet inhoudelijk behandeld.