Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 17 februari 2026
Procesverloop
Feiten
Procedure bij de kantonrechter
Procedure bij gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het arrest van de Hoge Raad
Arnhem- Leeuwarden, dat Presta onder de werkingssfeer van het Verplichtstellingsbesluit valt, in cassatie als in cassatie onbestreden geldt, zodat de rechter na verwijzing – in dit geval dus dit hof – aan dat oordeel is gebonden.
Beoordeling in hoger beroep na verwijzing
art. 9 Verordening Pro I geen sprake is. Het hof licht dit oordeel als volgt toe.
“dit punt is niet van toepassing op de aanvullende bedrijfspensioenregelingen.”Daaruit kan worden afgeleid dat regels over aanvullende pensioenen niet tot de harde kern behoren.
“op elk geval dat onder de werkingssfeer ervan valt, ongeacht welk recht overeenkomstig deze verordening(de Rome I verordening, hof)
overigens van toepassing is op de overeenkomst.", ook niet in gevallen als de onderhavige waarin de Detacheringsrichtlijn niet van toepassing is.
Caisse de pension(8%) bedroeg € 172,40 per maand.
Caisse de pension(8%) bedroeg € 191,56 per maand.
Caisse de pension(8%) bedroeg € 175,99 per maand.
Caisse de pension(8%) bedroeg € 197,52 per maand.
Caisse de pension(8%) bedroeg € 224,11 per maand.
Slotsom
Beslissing
22 mei 2019,
opnieuw rechtdoende:
- stelt het dwangbevel van VLEP van 19 december 2017 buiten werking;
- veroordeelt VLEP om binnen 14 dagen na betekening van het arrest al wat Presta ter uitvoering van het bestreden vonnis aan VLEP heeft voldaan aan Presta terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot de dag van terugbetaling;
- veroordeelt VLEP in de kosten van de procedure bij de kantonrechter in rechtbank Midden-Nederland, aan de zijde van Presta tot op 22 mei 2019 begroot op € 1.812,01 te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als VLEP deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- veroordeelt VLEP in de kosten van de procedure bij het hof Arnhem- Leeuwarden, aan de zijde van Presta tot op 30 november 2021 begroot op € 16.896,29 te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als VLEP deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- veroordeelt VLEP in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Presta tot op heden begroot op € 12.434,-- te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als VLEP deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als VLEP niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, VLEP de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als VLEP deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- wijst de overige vorderingen van Presta af;
- wijst de vorderingen van VLEP af;