Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de kantonrechter
primairop de zogeheten g-grond (verstoorde arbeidsverhouding),
subsidiairop de zogeheten d-grond (disfunctioneren) en
meer subsidiairop de zogeheten i-grond (cumulatiegrond). Het heeft daarnaast verzocht het einde van de arbeidsovereenkomst te bepalen met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn van twee maanden onder aftrek van de tijd die de procedure heeft gekost. Ook heeft het gevraagd te bepalen althans voor recht te verklaren dat het geen andere vergoeding is verschuldigd dan de transitievergoeding op grond van artikel 7:673 lid 1 BW Pro. Het heeft ten slotte gevraagd om een beslissing over de proceskosten.
primairtot afwijzing van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, met veroordeling van Rijnland tot wedertewerkstelling en schadevergoeding (€ 11.500,- exclusief BTW wegens kosten rechtsbijstand, € 10.000,- wegens immateriële schade en € 3.000,- wegens kosten voor herexamens).
Subsidiair, in geval van ontbinding van de arbeidsovereenkomst, heeft [verweerster] verzocht Rijnland te veroordelen om naast de transitievergoeding van € 17.903,14 bruto een aanvullende transitievergoeding op grond van artikel 7:671b lid 8 BW te betalen van € 26.857,71 bruto. Daarnaast heeft zij verzocht om toekenning van een billijke vergoeding van € 215.000,- bruto. Zij heeft ook verzocht bij het bepalen van de einddatum van het dienstverband rekening te houden met de opzegtermijn zonder aftrek van de periode tussen de ontvangst van het verzoekschrift en de datum van de beschikking.
Primair en subsidiairheeft zij verzocht Rijnland te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente vanaf de opeisbaarheid van de genoemde bedragen. Zij heeft ten slotte gevraagd om Rijnland te veroordelen in de proceskosten.
5.Beoordeling in hoger beroep
externecoach heeft ingeschakeld, brengt evenmin mee dat Rijnland [verweerster] niet serieus en reëel gelegenheid tot verbetering heeft geboden. Partijen hadden afgesproken dat de Teamleider Omgevingsmanagement de rol van (interne) coach op zich zou nemen, maar [verweerster] heeft aan die afspraak geen gevolg gegeven.
ex nunc’). [1] Het hof zal dat hierna doen.