Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 16 augustus 2023, waarmee ProRail in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 17 mei 2023;
- de memorie van grieven van 23 januari 2024;
- de memorie van antwoord van ASR tevens memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel beroep met bijlagen van 16 april 2024;
- de memorie van antwoord in het voorwaardelijk incidenteel beroep van 8 oktober 2024.
3.Feitelijke achtergrond
C. haar schade is door Arriva begroot op een bedrag van EUR 6.274.103,71, bestaande uit materiële schade, stilstandschade, bereddingskosten, overige kosten en rente, een en ander conform de aangehechte specificatie; D. Zurich heeft deze schade aan haar verzekerde Arriva vergoed tot een bedrag van EUR 5.250.000,00 onder een Rolling Stock AU Risk verzekering met polisnummer 400.3 87.150.917; E. na betaling door a.s.r. van onderstaand schikkingsbedrag zal Zurich aan Arriva in aanvulling hierop nog het eigen risico vergoeden van EUR 250.000,00; (...)Ter beslechting van hun geschil zijn partijen het volgende overeengekomen: 1 A.S.R. betaalt aan Zurich een schikkingsbedrag van EUR 1.900.000,00(…).’
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
grieven in het principaal appel
Op de wegbeheerder, in dit geval de gemeente, rust de verantwoordelijkheid voor de aan de spoorwegovergang grenzende openbare weg tot aan de overwegbevloering. De wegbeheerder onderhoudt de daarbij behorende infrastructuur, zoals de verkeersborden in de wegberm.
ASR (Melkweg)/Arriva EM-160912/AON 2955892- bewijs cascoschade (…)”en onder meer als inhoud
‘Ik geef hierbij de bevestiging dat we regres wensen te plegen en geven volmacht aan Ekelmans & Meijer advocaten dit voor ons te gaan doen. (..)’ Deze e-mail is gericht aan Aon en afkomstig van de algemeen directeur van Melkweg Fritom. Het hof stelt vast dat dit alles ter onderbouwing van de volmacht voor het regresrecht wel wat mager is, maar dat anderzijds in de context van de verhouding tussen de betrokken professionele partijen duidelijk genoeg is geformuleerd dat het hier gaat om het eigen recht van Melkweg Fritom om de door haar geleden – en niet door ASR vergoede - schade alsnog in het onderhavige geding te vorderen.
7.Beslissing
- vernietigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 17 mei 2023 met vorengenoemd rolnummer,
- en doet opnieuw recht aldus: