ECLI:NL:GHDHA:2026:2175

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
200.356.919/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:655 BWArt. 7:625 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over uitleg bonusregeling, overwerkvergoeding en vakantiedagen bij arbeidsovereenkomst

De werknemer was in dienst bij Verisure als security expert plus en vorderde betaling van niet-uitbetaalde bonus, overwerk, vakantiedagen en een resttransitievergoeding. De zaak kwam na cassatie terug bij het hof Den Haag, dat de uitleg van de bonusregeling opnieuw beoordeelde.

Het hof oordeelde dat de bonusregeling volgens de Haviltex-maatstaf moet worden uitgelegd en dat de werknemer de bewijslast draagt voor zijn uitleg. Het hof volgde niet de uitleg van de werknemer dat de bonus volledig bovenop het basissalaris komt, maar oordeelde dat eerst het gegarandeerde basissalaris moet worden bereikt alvorens een bonus wordt uitgekeerd. De aannemelijkheid van de rechtsgevolgen van de uitleg van de werknemer werd onvoldoende onderbouwd.

Ten aanzien van overwerk stelde het hof vast dat de werkgever de werknemer regelmatig verzocht overwerk te verrichten, dat dit overwerk overmatig was en dat de werknemer hiervoor recht heeft op vergoeding. Ook de vakantiedagen die tijdens de oproep- en arbeidsovereenkomst zijn opgebouwd, moeten worden uitbetaald. De overige vorderingen, waaronder de bonus en hogere transitievergoeding, werden afgewezen.

Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter Amsterdam en veroordeelde Verisure tot betaling van overwerk en vakantiedagen met wettelijke verhoging en rente, compenseerde de proceskosten en wees het overige af.

Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen tot betaling van overwerk en vakantiedagen toe en wijst de overige vorderingen, waaronder de bonusbetaling, af.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
zaaknummer gerechtshof Den Haag: 200.356.919/01
zaaknummer Hoge Raad der Nederlanden: 23/03354
zaaknummer gerechtshof Amsterdam: 200.302.067/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam: 9182289 EA VERZ 21-298
Beschikking van 7 juli 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonend in [plaats],
verzoeker in hoger beroep,
advocaat: mr. I.D.C.J. van Driel, kantoorhoudend in Rotterdam,
tegen
Securitas Direct B.V., h.o.d.n. Verisure,
gevestigd in Amsterdam,
verweerster in hoger beroep,
advocaat: mr. M.H.J. Mulder, kantoorhoudend in Amsterdam
Het hof noemt partijen hierna [verzoeker] en Verisure.

1.De zaak in het kort

1.1
Vervolg van Hoge Raad 13 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1871. Partijen hebben een geschil over de uitleg van de bonusregeling in de arbeidsovereenkomst.
1.2
Het hof Amsterdam heeft de verzoeken van werknemer in verband met bonusaanspraak, overwerk en loon over vakantiedagen toegewezen. Na cassatie en verwijzing komt het hof Den Haag tot een andere uitkomst en wijst de bonusaanspraak en (hoger) loon over vakantiedagen af. Ten aanzien van het overwerk komt het hof Den Haag tot dezelfde uitkomst als het hof Amsterdam. Werkgever moet de niet-uitbetaalde overuren alsnog aan werknemer betalen.

2.Het geding in hoger beroep na verwijzing

2.1
In deze zaak heeft de Hoge Raad een beschikking gegeven op 13 december 2024. Voor het procesverloop tot dat moment verwijst het hof naar de beschikking van de Hoge Raad.
2.2
Het verloop van de procedure na verwijzing van het geding naar dit hof, blijkt uit de volgende stukken:
  • oproepingsexploot van 26 juni 2025;
  • akte (na verwijzing na cassatie) van [verzoeker];
  • antwoordakte na verwijzing van Verisure.
2.3
Partijen hebben hun standpunten uiteengezet tijdens de mondelinge behandeling op 10 april 2026. De advocaten hebben daartoe hun pleitnota overgelegd. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt dat zich bij de stukken bevindt. Vervolgens is een datum voor de beschikking bepaald.

3.Feitelijke achtergrond

3.1
De werknemer is in de periode 2019-2021 bij Verisure in dienst geweest als ‘security expert plus’, op basis van de volgende overeenkomsten:
a. a) een oproepovereenkomst voor de periode 23 september 2019 tot en met 31 januari 2020 (hierna: de oproepovereenkomst); en
b) een arbeidsovereenkomst voor de periode 1 februari 2020 tot en met 30 juni 2020 (hierna: de arbeidsovereenkomst), bij brief van 30 juni 2020 verlengd tot en met 28 februari 2021.
3.2
Tijdens het sollicitatiegesprek tussen Verisure en de werknemer heeft Verisure aan de werknemer een zogenoemd ‘booklet’ overhandigd, waarin onder het kopje ‘Jouw compensatie – Duidelijk gedefinieerde compensatieregeling afgestemd op jouw carrièrestap’ voor twee functies (‘Newbie’ en ‘Security expert’) door middel van staafdiagrammen wordt getoond welke ‘compensatie’ kan worden behaald.
3.3
Voor de Security expert ligt bij zes verkopen (‘6 sales’) die compensatie blijkens het desbetreffende diagram tussen € 2.300,- en € 2.600,-; bij ‘7 sales’ tussen € 2.700,- en € 3.100,-; bij ‘8 sales’ tussen € 3.200,- en € 3.600,--, enzovoort, tot en met een bedrag tussen € 4.800,- en € 5.000,- bij ‘12 sales’. Door de diagrammen heen is een stippellijn getekend, waarbij is vermeld: € 1.635,60 ‘guaranteed salary’.
3.4
In een e-mail van Verisure aan de werknemer van 16 september 2019 is vermeld:
“voorwaarden 2000 bruto gegarandeerd salaris.”
3.5
Verisure heeft ook een ‘Bonus Scheme’ (ook wel ‘componentenschema’ genoemd) opgesteld en voor werknemers kenbaar gemaakt. Bovenaan staat een vak ‘Guaranteed Salary & Additional Benefits’ waarop per functie onder andere is aangegeven ‘Min. Guaranteed’. Daaronder staan vakken met de opschriften ‘Direct Sales payment’, ‘Quality Placing & Programming (P&P)’ en ‘Performance Bonus’ teneinde de verschillende bonuscomponenten aan te geven.
3.6
De oproepovereenkomst bepaalt in art. 9 lid Pro 4:

Op verzoek van Werkgever is Werknemer verplicht om overwerk te verrichten zonder dat hij daarvoor aanspraak verwerft op extra beloning, overwerkvergoeding in tijd of in welke vorm dan ook extra wordt beloond zolang het overwerk geen overmatige omvang aanneemt.”
en in art. 11 lid Pro 6:

Werknemer komt mogelijk in aanmerking voor een variabele beloning, bovenop het vast overeengekomen brutoloon. De voorwaarden ten aanzien van de variabele beloning zullen jaarlijks door Werkgever worden vastgesteld en vastgelegd in een addendum, welke een onlosmakelijk onderdeel zal zijn van deze arbeidsovereenkomst. Onder geen beding mag Werknemer ervan uitgaan dat hij een recht heeft verworven op een dergelijke variabele beloning. Alle uitkeringen ter zake zijn bedragen inclusief vakantiegeld.
3.7
In de arbeidsovereenkomst zijn vrijwel gelijkluidende bepalingen opgenomen.
3.8
Het in art. 11 lid 6 van Pro de oproepovereenkomst en art. 10 lid 6 van Pro de arbeidsovereenkomst genoemde addendum is niet tot stand gekomen.
3.9
Tussen Verisure en de werknemer zijn op diverse momenten berichten uitgewisseld over de berekening van de aan de werknemer toekomende bonus.

4.Het geschil in hoger beroep na verwijzing

4.1
Bij akte na verwijzing heeft [verzoeker] zijn verzoek, samengevat en voor zover na cassatie nog van belang, als volgt geformuleerd:
veroordeling van Verisure tot betaling aan hem van:
1. € 32.170,79 bruto aan niet uitbetaald bonus/basissalaris;
2. € 1.690,54 bruto aan niet uitbetaalde overuren;
3. € 3.684,74 bruto aan niet uitbetaalde vakantiedagen;
en de voornoemde bedragen te vermeerderen met 50% wettelijke verhoging;
4. € 1.439,02 bruto voor het restant van de transitievergoeding;
5. de proceskosten van het geding in alle instanties
6. de wettelijke rente over alle bedragen vanaf de data van opeisbaarheid.
4.2
Partijen twisten over de vraag hoe de bonusregeling moet worden uitgelegd. [verzoeker] bepleit dat het op basis van het ‘booklet’ en het componentenschema berekende bonusbedrag in zijn geheel dient te worden betaald, tezamen met het volledige basissalaris van € 2.000,- bruto. De bonus komt dus in de visie van [verzoeker] bovenop het basissalaris en het basissalaris mag niet van de totaal van de behaalde bonus worden afgetrokken.
4.3
Volgens Verisure moet - kort gezegd - op het volgens het ‘booklet’ en het componentenschema berekende bonusbedrag het basissalaris in mindering worden gebracht. De bonusbedragen worden dus slechts uitgekeerd voor zover deze het basissalaris overtreffen. Anders gezegd: eerst moet het eigen potje worden gevuld tot aan het basissalaris, pas alles daarboven is de echte bonus die wordt uitbetaald.
4.4
In eerste aanleg heeft de kantonrechter Amsterdam de verzoeken van [verzoeker] afgewezen. De kantonrechter heeft geoordeeld dat tussen partijen een vast salaris, zijnde een gegarandeerd salaris, is overeengekomen en dat er pas sprake kan zijn van een aanspraak op de variabele beloning, als deze beloning uitkomt boven het gegarandeerde, vaste salaris. Verisure heeft aangetoond - aldus de kantonrechter - dat de totale (variabele) beloning wordt uitgerekend, waar dan het garantiesalaris vanaf gaat. Het resterende is dan de loonaanspraak. Volgens de kantonrechter heeft [verzoeker] dit ook zo kunnen en moeten begrijpen.
4.5
Het hof Amsterdam heeft in hoger beroep in een tussenbeschikking overwogen dat de bonusregeling onder het bereik valt van art. 7:655 lid Pro 1, aanhef en onder h, en lid 3 BW en Verisure [verzoeker] binnen een maand na aanvang van de werkzaamheden schriftelijk of elektronisch had moeten informeren over de inhoud van de bonusregeling. Verisure draagt daarom de bewijslast van haar stelling dat zij dit aan [verzoeker] tijdens zijn sollicitatiegesprek heeft uitgelegd. Het hof Amsterdam heeft Verisure vervolgens toegelaten tot het bewijs van deze stelling. Na het horen van getuigen heeft het hof Amsterdam bij eindbeschikking geoordeeld dat Verisure niet geslaagd is in die bewijslevering en dat de bonusregeling van toepassing is op de wijze zoals door [verzoeker] is uitgelegd. Het hof Amsterdam heeft daartoe, samengevat, het volgende overwogen.
4.6
In de arbeidsovereenkomst is bepaald dat de voorwaarden ten aanzien van de bonusregeling door Verisure worden vastgelegd in een addendum dat een onlosmakelijk onderdeel zal zijn van de arbeidsovereenkomst. Dat addendum is er niet. Wel is er een ‘booklet’, met daarin een componentenschema, dat bij indiensttreding aan [verzoeker] is verstrekt. Het componentenschema geeft naar het oordeel van het hof Amsterdam geen uitsluitsel of op de door de verkoopresultaten gerealiseerde bonus het vaste salaris in mindering moet worden gebracht, of niet. In de arbeidsovereenkomst is bepaald dat de bonus ‘bovenop’ het vaste salaris komt. Niet is komen vast te staan dat Verisure tijdens het sollicitatiegesprek aan [verzoeker] voldoende duidelijkheid heeft gegeven dat de bonusregeling moet worden uitgelegd zoals zij dat voorstaat. [verzoeker] heeft in ieder geval in april 2020 ondubbelzinnig aan Verisure laten weten het niet eens te zijn met de door Verisure aan de bonusregeling gegeven uitleg. Gelet op deze (samengevatte) omstandigheden legt het hof Amsterdam de bonusregeling aldus uit dat de bonus bovenop het salaris komt, en dat daarop niet het vaste salaris in mindering wordt gebracht.
4.7
Het hof Amsterdam heeft vervolgens de beschikking van de kantonrechter vernietigd en Verisure veroordeeld tot betaling aan [verzoeker] van - kort gezegd - de volgende bedragen:
1. € 32.170,79 bruto aan niet-uitbetaalde bonus/te weinig betaald basissalaris,
2. € 1.690,54 bruto aan niet-uitbetaalde overuren;
3. € 3.684,74 bruto aan niet-uitbetaalde vakantiedagen, met wettelijke rente vanaf 1 maart 2021;
en deze bedragen te vermeerderen met 15% wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW Pro;
4. € 1.439,02 bruto voor het restant van de transitievergoeding, met wettelijke rente vanaf 28 maart 2021;
5. de kosten van het geding in beide instanties.
4.8
De Hoge Raad heeft in cassatie ten aanzien van de
bonusregeling– onder meer – overwogen:
“3.1.2 Art. 7:655 lid 1 BW Pro bevat een verplichting voor de werkgever om de werknemer schriftelijk of elektronisch bepaalde gegevens te verschaffen (hierna: de informatieplicht). In cassatie is niet bestreden dat tot de te verstrekken gegevens in dit geval behoren de bonusregeling, als onderdeel van het loon, en de wijze van berekening daarvan.
De regeling van art. 7:655 BW Pro dient ter implementatie van (thans) art. 4 van Pro Richtlijn 2019/11524 (hierna: de Richtlijn). (…)
Het strookt met het doel van de Richtlijn om in een geval waarin een werknemer een vordering tegen zijn werkgever instelt waaraan hij een bepaalde uitleg van een bepaling in de arbeidsovereenkomst ten grondslag legt, en waarin in verband daarmee tussen partijen in geschil is of de werkgever ter zake van die bepaling aan zijn informatieplicht heeft voldaan, de werkgever te belasten met het bewijs van zijn standpunt dat dit het geval is. Indien de werkgever niet in dat bewijs slaagt, brengt dat evenwel niet zonder meer mee dat de bepaling waarop de informatieplicht ziet, moet worden uitgelegd in de door de werknemer bepleite zin. Welke uitleg de juiste is, moet aan de hand van de Haviltex-maatstaf worden beoordeeld, waarbij de stelplicht en bewijslast op de werknemer rusten die zich op het rechtsgevolg van die bepaling beroept. Mede gelet op het doel van de informatieplicht behoort een schending daarvan tot de bij de uitleg in aanmerking te nemen omstandigheden
.(…)
3.1.4
Onderdeel 1.1.3 [van het cassatiemiddel van Verisure; toevoeging hof] klaagt dat het hof bij de uitleg van de bonusregeling niet kenbaar aandacht heeft besteed aan een aantal essentiële stellingen van Verisure. Het onderdeel noemt onder meer het betoog van Verisure dat de door de werknemer bepleite uitleg ertoe zou leiden dat ook medewerkers die onder de maat presteren en slechts enkele verkopen realiseren elke maand voor een bonus in aanmerking zouden komen. Het onderdeel slaagt in zoverre. De aannemelijkheid van de rechtsgevolgen van de ene of de andere uitleg levert een gezichtspunt op dat in voorkomend geval bij de uitleg moet worden betrokken
.Het hof is niet kenbaar op het bedoelde betoog van Verisure ingegaan.
Onderdeel 1.1.6 [van het cassatiemiddel van Verisure; toevoeging hof] slaagt eveneens nu het is gericht tegen overwegingen die voortbouwen op het oordeel over de uitleg van de bonusregeling.”
4.9
Verder heeft de Hoge Raad ten aanzien van
overwerkoverwogen:
“3.2 Onderdeel 2.1 is gericht tegen het oordeel van het hof in rov. 3.5.2 van zijn tussenbeschikking en rov. 2.6 van zijn eindbeschikking, dat Verisure niet kon volstaan met een blote betwisting van het door de werknemer overgelegde overzicht van gewerkte uren. Het wijst op het betoog van Verisure dat volgens de arbeidsovereenkomst geen recht bestaat op vergoeding van overwerk tenzij dit op verzoek van Verisure gebeurt en het overwerk een overmatige omvang aanneemt. Verisure heeft betwist dat zij de werknemer heeft verzocht om over te werken, dan wel met het overwerk heeft ingestemd, alsook dat het overwerk een overmatige omvang had, aldus het onderdeel.
Het onderdeel slaagt. Gelet op hetgeen in de oproepovereenkomst – die van toepassing is in de periode waarop het bestreden oordeel ziet – ter zake van overwerk is overeengekomen (zie hiervoor in 2.1 onder (v)), betreft het een relevant betoog, dat het hof bij de beoordeling van deze vordering had moeten betrekken.”
4.1
Ten aanzien van het loon over de
vakantiedagenheeft de Hoge Raad in 3.3.1. van zijn beschikking geoordeeld dat Verisure haar betwisting van het aantal opgebouwde vakantiedagen (volgens Verisure 26,5 in plaats van 35,42 vakantiedagen) in hoger beroep niet heeft prijsgeven. Het betoog van Verisure dat geen recht bestaat op toekenning van de
wettelijke renteop de voet van art. 6:119 BW Pro, dan wel dat matiging moet plaatsvinden, heeft zij evenmin prijsgeven, aldus het oordeel van de Hoge Raad in 3.3.2 van zijn beschikking.

5.Beoordeling in hoger beroep

Uitleg bonusregeling

5.1
Het hof zal het beroep van [verzoeker] op de door hem voorgestane uitleg van de bonusregeling opnieuw beoordelen met in achtneming van de beschikking van de Hoge Raad.
5.2
Het hof verwerpt de stelling van [verzoeker] dat de bewijslast van de wijze waarop de bonusregeling moet worden uitgelegd bij Verisure rust. De Hoge Raad heeft immers onder 3.1.2. van zijn beschikking over de uitleg van de bonusregeling overwogen: “Welke uitleg de juiste is, moet aan de hand van de Haviltex-maatstaf worden beoordeeld, waarbij de stelplicht en bewijslast op de
werknemer[cursivering hof] rusten die zich op het rechtsgevolg van die bepaling beroept”.
5.3
Op grond van de Haviltex-maatstaf geldt dat het bij de uitleg van een overeenkomst (hier: de bonusbepaling) aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de relevante bepalingen van de overeenkomst mochten toekennen en op wat zij ten aanzien daarvan redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Bij het toepassen van deze maatstaf komt betekenis toe aan alle omstandigheden van het geval, gewaardeerd naar wat de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht. Ook komt betekenis toe aan de context van de desbetreffende bepaling, de wijze van totstandkoming van de overeenkomst, de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen van de ene of andere uitleg, de aard van de overeenkomst en de gedragingen van partijen na het sluiten van de overeenkomst, waaronder de wijze waarop partijen aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven.
5.4
Gelijk het hof Amsterdam (zie hiervoor onder 4.6) is het hof van oordeel dat:
 het ‘addendum’ waarin de voorwaarden van de bonusregeling zouden moeten zijn vastgelegd er niet is;
 het componentenschema uit het ‘booklet’ dat wel is verstrekt geen uitsluitsel geeft over de vraag of op de door de verkoopresultaten gerealiseerde bonus het vaste salaris in mindering moet worden gebracht of niet; en
 in de arbeidsovereenkomst is bepaald dat de bonus “bovenop” het vaste salaris komt.
5.5
Ingevolge art. 7:655 lid 1 aanhef Pro en onder h, en lid 3 BW had Verisure [verzoeker] binnen een maand na aanvang van de werkzaamheden op heldere en transparante wijze moeten uitleggen, en gezien de complexiteit van de regeling bij voorkeur voorzien van (schriftelijk) naslagmateriaal, hoe de bonusregeling door haar werd uitgelegd en toegepast. Dat dit niet is gebeurd, valt Verisure in het kader van goed werkgeverschap te verwijten maar is niet doorslaggevend voor de uitleg die [verzoeker] voorstaat. Het hof stelt vast dat [verzoeker] ingevolge de arbeidsovereenkomst (oproepovereenkomst) bekend was met de hoogte van zijn basisloon (€ 2.000,- bruto per maand) dat hij ten minste zou ontvangen, ook bij tegenvallende verkopen. Ook het onder 3.5 genoemde componentenschema was voor hem beschikbaar. Verder ontving hij maandelijks, voor het eerst in oktober 2019, een bonusoverzicht. Hiermee kreeg hij inzicht in (de waarde van) de door hem behaalde bonuscomponenten en hieruit heeft hij, gelet op de informatie onderaan het overzicht, (moeten) kunnen begrijpen dat na vaststelling van het totaalbedrag van de bonuscomponenten, het basissalaris daarvan af werd getrokken, en dat Verisure dit heeft bedoeld met de bepaling in de arbeidsovereenkomst dat de bonus “bovenop” het vaste salaris komt.
5.6
[verzoeker] heeft verder gewezen op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen van de door hem bepleite uitleg.
 Het is gebruikelijk bij salesfuncties dat bovenop het overeengekomen (uur)loon een bonus/toeslag wordt betaald voor iedere verkoop.
 Het naar tijdruimte vastgestelde loon van [verzoeker] was voor een ervaren kracht van zijn leeftijd zeer laag en lag (ruim) onder het basisloon dat normaal voor een salesfunctie wordt betaald. Alleen door (relatief snel te verdienen) bonussen kan een redelijk loon kan worden gekregen en het is aannemelijk dat bonussen voor iedere verkoop bovenop het naar tijdruimte vastgestelde loon bij een passende beloning horen.
 Een enkele sale leidt tot een forse omzet bij Verisure. Een enkele sale belonen met een bonus bij een tijdgebonden loon dat gelijk is aan het wettelijk minimumloon of net daarboven is daarom een aannemelijke uitleg van de bonusregeling.
 Het betoog van Verisure dat de uitleg van [verzoeker] ertoe zou leiden dat zelfs medewerkers die onder de maat presteren en slechts een beperkt aantal sales realiseren onder target, alsnog elke maand een flinke bonus tegemoet zien, is onvoldoende concreet om als gezichtspunt te kunnen worden meegewogen. Niet is onderbouwd wat verstaan moet worden onder “beperkt aantal sales”, “een flinke bonus” terwijl ook een kenbare “target” ontbreekt.
 Uit het booklet van Verisure blijkt dat een bonus wordt betaald bij twee verkopen (‘enkele’ verkopen dus). Bij twee verkopen is er immers op basis van het booklet al recht op een bonus tot circa € 300,- bruto.
 Gebaseerd op het booklet komt de uitleg van Verisure (de situatie “potje vullen”) er op neer dat een beginnend werknemer (Newbie) een bonus krijgt van gemiddeld € 900,- bij twee verkopen en een bonus van € 400,- per sale bij acht verkopen. Dat betekent dat als je meer verkoopt, je bonus halveert. Dat is een volstrekt onaannemelijke uitkomst.
 De door Verisure bepleite uitleg leidt ertoe dat er – anders dan in de arbeidsovereenkomst is opgenomen – geen naar tijdruimte vastgesteld loon meer is maar een stukloon met een bodem gelijk aan het minimumloon.
5.7
Het hof volgt [verzoeker] niet in de door hem aangevoerde aannemelijkheid van de rechtsgevolgen van zijn uitleg. De door hem bepleite uitleg komt er op neer dat er niet een bepaalde drempelwaarde geldt waar het totaal van de behaalde bonuscomponenten bovenuit moet stijgen om tot uitkering van het uiteindelijke bonusbedrag te leiden. Dat dit voor salesfuncties gebruikelijk is, in die zin dat in de branche waar [verzoeker] werkzaam is voor
iedereverkoop een bonus/toeslag bovenop het loon wordt betaald en dat verder alleen door snel te verdienen bonussen een redelijk loon kan worden verdiend, is door Verisure betwist en niet nader door [verzoeker] onderbouwd, en kan daarom niet voor juist worden gehouden. In dat verband is van belang dat [verzoeker] zijn stelling dat zijn basisloon ruim onder het basisloon lag dat normaal voor een salesfunctie wordt betaald, niet met concrete gegevens heeft gestaafd.
5.8
De uitleg van [verzoeker] (iedere verkoop leidt tot een bonus bovenop het loon) komt er in de woorden van Verisure op neer dat medewerkers die onder de maat presteren en slechts enkele verkopen realiseren, elke maand (zonder een bepaalde drempelwaarde te halen) voor een bonus in aanmerking zouden komen. Hoewel [verzoeker] moet worden nagegeven dat Verisure met deze woorden niet gedefinieerd heeft wat exact moet worden verstaan onder “enkele verkopen”, “een flinke bonus”, of een kenbare “target”, komt de stelling van Verisure er in de kern op neer dat het niet aannemelijk is dat iedere verkoop tot een bonusbetaling leidt, maar dat haar bonusregeling gebaseerd is op een drempelbedrag dat behaald moet worden alvorens tot uitbetaling van het uiteindelijke bonusbedrag wordt overgegaan. Ook het hof is van oordeel dat het niet aannemelijk is dat iedere verkoop, hoe gering ook, zonder drempelwaarde tot een bonusuitkering zou leiden maar dat het waarschijnlijker is dat een medewerker, teneinde deze te motiveren zijn best te doen, met zijn verkopen in elk geval een drempelwaarde moet behalen, alvorens een bepaald bonusbedrag tot uitkering komt. De tegenwerping van [verzoeker] dat er - blijkens het booklet - al een bonus wordt betaald bij slechts twee verkopen gaat voor hem niet op. [verzoeker] was geen Newbie maar verdiende in zijn functie als Security Expert (plus) pas een bonus wanneer hij meer dan zes verkopen realiseerde, en dus niet slechts bij “enkele verkopen”. Bovendien heeft Verisure toegelicht dat het voor nieuwelingen gemakkelijker is gemaakt om een bonus te verdienen waardoor zij bij een geringer aantal verkopen al een bonus uitgekeerd kunnen krijgen.
5.9
Het argument dat een enkele verkoop tot een forse omzetstijging van Verisure zou leiden, is op zichzelf niet van voldoende gewicht om te kunnen concluderen dat de uitleg van [verzoeker] van de bonusregeling, de juiste is.
5.1
De stelling van [verzoeker] – gebaseerd op het booklet van Verisure – dat wanneer een medewerker meer verkoopt, zijn bonus halveert, en dat dit volstrekt onaannemelijk is, gaat voor [verzoeker] niet op, althans vindt geen steun in de berekening neergelegd in de onderste tabel onder 2.9 (“Hoe rekent potje vullen/Sales expert”) van de pleitnota van mr. Van Driel d.d. 10 april 2026. De maximum bonus per sale neemt in die tabel niet af naarmate er meer verkopen zijn, maar varieert tussen de € 408,33 en € 425,- bonus per (toegenomen) sale. Dit is geen onaannemelijke uitkomst van de door Verisure bepleite uitkomst van de bonusregeling. [verzoeker] heeft ten slotte nog aangevoerd dat de door Verisure bepleite uitleg ertoe leidt dat er - anders dan in de arbeidsovereenkomst is opgenomen - geen naar tijdruimte vastgesteld loon meer is maar een stukloon met een bodem gelijk aan het minimumloon. Het hof volgt deze uitleg niet. In de arbeidsovereenkomst is bepaald dat de bonus “bovenop” het vaste salaris komt, waarmee Verisure bedoeld heeft dat eerst de drempelwaarde van het vaste salaris moet worden behaald, alvorens de behaalde bonus na aftrek van die drempelwaarde tot een uitkering kan komen. Dat vaste salarisbedrag is het gegarandeerde salaris en dat blijft, ongeacht het aantal verkopen of de bonussen die worden verdiend, het naar tijdruimte vastgesteld loon. Het hof betrekt ten slotte bij zijn beoordeling dat Verisure haar bonussysteem consequent heeft toegepast, en dit ook voldoende duidelijk blijkt uit de aan [verzoeker] verstrekte maandelijkse bonus overzichten. In de van september 2019 tot en met januari 2020 in het Nederlands verstrekte bonusoverzichten is de berekening bijvoorbeeld als volgt weergegeven (november 2019):
Totaal bonus + vast salaris € 2.090,-
Reeds ontvangen € 2.000,- betaald in november 2019
Nog te ontvangen € 90,- betaald in december 2019
In de vanaf februari 2020 verstrekte
Bonus Overviewsis dit als volgt verwerkt: “Accumulated Bonus minus Guaranteed Salary = Bonus on top of Guaranteed” en is de berekening bijvoorbeeld als volgt weergegeven (maart 2020):
Accumulated Bonus maart 2020 € 4.670,-
Guaranteed € 2.000,- betaald in maart 2020
Bonus on top of guaranteed € 2.670,- betaald in april 2020
5.11
De conclusie van de voorgaande toepassing van de Haviltex-maatstaf ten aanzien van de contractuele bonusbepaling is dat het hof de uitleg van de bonusregeling zoals [verzoeker] die voorstaat, niet volgt. [verzoeker] kan daarom geen aanspraak maken op het door hem verzochte bedrag van € 32.170,79 bruto (aan niet-uitbetaalde bonus/te weinig betaald basissalaris). Hetzelfde lot deelt daarom het verzoek tot betaling van een hogere transitievergoeding.
Uitbetaling vakantiedagen
5.12
Na verwijzing na cassatie moet het hof nog beslissen over de door [verzoeker] opgebouwde vakantiedagen die voor uitbetaling in aanmerking komen. Volgens Verisure gaat het om 26,5 vakantiedagen die zijn opgebouwd gedurende uitsluitend de arbeidsovereenkomst. Volgens [verzoeker] moeten daarnaast ook de vakantiedagen die gedurende de oproepovereenkomst zijn opgebouwd worden uitbetaald en komt het totaal daarmee uit op 35,42 opgebouwde vakantiedagen en vordert hij bij akte (na verwijzing na cassatie) een totaal bedrag van € 3.684,74, zoals door hof Amsterdam is toegewezen. Het hof volgt [verzoeker] in zijn stelling. In beginsel moeten alle gedurende de oproepovereenkomst en de arbeidsovereenkomst opgebouwde, maar niet genoten vakantiedagen worden uitbetaald. De uitbetaling moet plaatsvinden met toepassing van het gemiddeld genoten bonusbedrag, ook wanneer sprake is geweest van een all-in loon.
5.13
Nu het hof – anders dan hof Amsterdam – hiervoor heeft geoordeeld dat [verzoeker] geen aanspraak kan maken op het door hem verzochte bedrag van € 32.170,79 bruto aan niet-uitbetaalde bonus, heeft dat ook gevolgen voor de waarde van de vakantiedagen. Hof Amsterdam is aanvankelijk uitgegaan van een maatgevend salaris van € 2.215,84 bruto per maand, bovenop het vaste salaris (zie onder 3.6.3 van de tussenbeschikking van het hof Amsterdam), welk bedrag nog hoger zou kunnen worden als zou komen vast te staan dat aan [verzoeker] een hogere bonus zou moeten worden toegekend, aldus hof Amsterdam. Nu aan [verzoeker] geen hogere bonus toekomt en [verzoeker] het oordeel van hof Amsterdam over het maatgevend salaris en de verdere berekening voor het overige niet heeft bestreden, zal het hof uitgaan van een maatgevend salaris van € 2.215,84 bruto per maand (gebaseerd op het
gemiddeldebonusbedrag), bovenop het vaste salaris. Uitgaande van gemiddeld 21,3 werkdagen in een maand is dat een bedrag van € 197,93 per dag (€ 4.215,84 : 21,3). Dit bedrag moet worden verminderd met het bedrag dat Verisure na afloop van het dienstverband al heeft betaald, te weten: € 93,90 per dag. Verisure moet dus € 104,03 per vakantiedag nabetalen. Dit komt neer op 35,42 x € 104,03= € 3.684,74 bruto.
Overwerk
5.14
[verzoeker] heeft betaling van overuren (135,75 uur) gevorderd van in totaal € 1.690,54 bruto. Verisure heeft de vordering betwist. Zij stelt dat volgens de arbeidsovereenkomst er geen recht op vergoeding van overwerk bestaat tenzij dit op verzoek van Verisure gebeurt en het overwerk een overmatige omvang aanneemt. Verisure heeft betwist dat zij [verzoeker] heeft verzocht om over te werken, dan wel met het overwerk heeft ingestemd, alsook dat het overwerk een overmatige omvang had. Het hof overweegt als volgt.
5.15
Verisure heeft niet betwist dat [verzoeker] volle dagen werkte, wat inhield dat hij tenminste de reguliere acht uren per dag werkte, vanaf half 9 ’s ochtends, van maandag tot en met vrijdag. Verisure heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat zij [verzoeker] en zijn collega’s geregeld telefonisch of via de Whatsapp (groep)verzocht om (ook) in de avonden en weekenden leads op te volgen. [verzoeker] heeft aangevoerd dat hij, gedreven door de wens branche targets en individuele targets te behalen, zich genoodzaakt voelde om aan dergelijke verzoeken gehoor te geven, ook als hij daardoor meer werkte dan het overeengekomen aantal arbeidsuren. Dat [verzoeker] aan die verzoeken gehoor gaf blijkt ook uit het door hem overgelegde overzicht van werkzaamheden in de avonduren (Uitdraai Verisure Bookings Assigned en registratie werktijd maart tot en met juni 2020; prod. 60). Verisure heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat haar verzoeken ertoe leidden dat [verzoeker] zich genoodzaakt voelde geregeld extra uren te werken, waarvoor hij geen loon ontving. Naar het oordeel van het hof is er dan ook sprake van een verzoek van de werkgever tot het verrichten van overwerk zoals omschreven in artikel 9 lid 4 van Pro de oproepovereenkomst, welk artikel bovendien de werknemer verplicht om dat overwerk te verrichten. Dat een werknemer mogelijk niet gestraft wordt als deze geen opvolging aan de lead geeft, maakt dat niet anders.
5.16
Daarnaast was het overwerk ook overmatig. Het gaat om 135.75 uur in de periode (15) oktober 2019 tot en met januari 2020, derhalve gemiddeld circa 7,5 uur overwerk per week bij een voltijds dienstverband van 40 uur per week. Het hof acht (gemiddeld) 7,5 uur overwerk per week gelet op het (relatief lage) basissalaris van [verzoeker], overmatig. Verisure moet daarom, zoals ook het hof Amsterdam heeft geoordeeld, aan [verzoeker] € 1.690,54 bruto aan niet-uitbetaalde overuren betalen.
Wettelijke verhoging en wettelijke rente
5.17
Anders dan [verzoeker] meent, is in cassatie niet geklaagd over de door het hof Amsterdam vastgestelde wettelijke verhoging van 15%.
5.18
Verisure heeft wel een beroep gedaan op matiging van de door [verzoeker] verzochte wettelijke rente. Dat beroep wordt afgewezen. Het enkele feit dat Verisure een wettelijke verhoging van 15% moet betalen, leidt op zichzelf niet tot een situatie dat dit tezamen met de toekenning van wettelijke rente in de gegeven omstandigheden tot voor Verisure kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden en waardoor tot matiging van de wettelijke rente zou moeten worden overgegaan.
Bewijs
5.19
Er is geen bewijs aangeboden van stellingen die, indien bewezen, tot een ander oordeel zouden leiden. Voor het overige is het aangeboden bewijs onvoldoende concreet.
Conclusie
5.2
De conclusie luidt dat de grieven 4 (overwerk) en 5 (voor zover het de subsidiaire gevorderde vakantiedagen betreft) gegrond zijn en dat de overige grieven niet slagen. De beschikking van de kantonrechter zal daarom worden vernietigd en de vorderingen tot betaling van overuren en vakantiedagen zullen alsnog worden toegewezen. De overige vorderingen heeft de kantonrechter terecht afgewezen. Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, zal het hof de kosten van het geding in eerste aanleg compenseren.
Proceskosten
5.21
De uitkomst van het hoger beroep is dat partijen over en weer op onderdelen in het ongelijk zijn gesteld en ieder de eigen kosten dragen van het geding.

6.Beslissing

Het hof:
vernietigt de beschikking van de kantonrechter Amsterdam van 2 augustus 2021 en doet opnieuw recht:
- veroordeelt Verisure tot betaling aan [verzoeker] van € 1.690,54 bruto aan niet-uitbetaalde overuren, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 15% hierover op grond van artikel 7:625 BW Pro en met de wettelijke rente vanaf de respectievelijke data van opeisbaarheid;
- veroordeelt Verisure tot betaling aan [verzoeker] van € 3.684,74 bruto aan niet uitbetaalde vakantiedagen, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 15% hierover op grond van artikel 7:625 BW Pro en met de wettelijke rente over genoemd bedrag vanaf 1 maart 2021;
- compenseert de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevraagd.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.D. Ruizeveld, mr. C.A. Joustra en mr. A.C.M. Kuypers en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026 in aanwezigheid van de griffier.