Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Beoordeling in hoger beroep
Grieven
- dat onder 2.12 van het bestreden vonnis het griffierecht ten onrechte is vastgesteld op € 496 (vordering met een waarde van € 2.500-€ 5.000) in plaats van € 524 (vordering met een waarde van € 5.000-€ 12.500);
- dat onder 2.12 het salaris van de gemachtigde ten onrechte is vastgesteld op € 271 (hoofdsom, rente en buitengerechtelijke kosten tot en met € 5.000) in plaats van € 339 (hoofdsom, rente en buitengerechtelijke kosten tot en met € 10.000); en
- dat ten onrechte zonder nadere motivering de subsidiair gevorderde wettelijke rente in plaats van de primair gevorderde contractuele rente van 7% per jaar is toegewezen.
Informatieplichten ex art. 6:230m lid 1BW; toetsingskader
1° de nakoming is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande instemming van de consument; en
2° de consument heeft verklaard afstand te doen van zijn recht van ontbinding zodra de handelaar de overeenkomst is nagekomen’.
generiekeuitzondering voor overeenkomsten tot het verrichten van diensten. [2] De consument heeft dus wel een ontbindingsrecht, maar dit vervalt als de overeenkomst volledig is nagekomen tijdens de termijn van veertien dagen waarbinnen kan worden ontbonden. Bij betaalde dienstverlening moet bovendien aan twee voorwaarden zijn voldaan: de consument moet hebben ingestemd met de uitvoering van de dienst tijdens de ontbindingstermijn én de consument moet uitdrukkelijk hebben verklaard dat hij afstand doet van het ontbindingsrecht nadat de dienst volledig zal zijn verricht. Monuta stelt, onder verwijzing naar alle diensten genoemd in de kostenbegroting, dat [geïntimeerde] haar heeft verzocht om direct voor hem aan de slag te gaan. Voor zover deze stelling zo moet worden begrepen dat de eerste voorwaarde is vervuld, heeft Monuta die stelling niet onderbouwd. Volgens de hiervoor geciteerde overweging 50 moet de consument het verzoek dat een dienst vóór het verstrijken van de herroepingstermijn wordt verricht immers uitdrukkelijk formuleren en, bij buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten, op een duurzame gegevensdrager. Wat daarvan zij, daarnaast geldt als voorwaarde dat de consument uitdrukkelijk heeft verklaard dat hij afstand doet van het ontbindingsrecht nadat de dienst volledig zal zijn verricht. Ontbreekt deze verklaring, dan kan de consument alsnog gebruik maken van zijn ontbindingsrecht. Monuta heeft hierover niets gesteld, zodat moet worden aangenomen dat deze voorwaarde niet is vervuld en dat het recht tot ontbinding in stand is gebleven. De conclusie is dan ook dat Monuta haar verplichting om [geïntimeerde] informatie te verstrekken over de voorwaarden, de termijn en de modaliteiten voor de uitoefening van recht tot ontbinding, niet is nagekomen.
Proceskostenveroordeling en rente in eerste aanleg
kosten dagvaarding € 153,66
griffierecht € 496
salaris gemachtigde € 339
nakosten € 135 +totaal € 1.123,66
Ambtshalve toetsing schending informatieplichten en onredelijke bedingen
6.Beslissing
- veroordeelt [geïntimeerde] om aan Monuta tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 4.323,11, vermeerderd met de contractuele rente van 7% per jaar over € 3.474,08 vanaf 27 juni 2024 tot de dag van algehele voldoening;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van de procedure in eerste aanleg, die aan de kant van Monuta worden begroot op € 1.123,66;
- compenseert de kosten van de procedure in hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
- verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het anders of meer gevorderde.