ECLI:NL:GHDHA:2026:2236
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- M.J.M. van der Weijden
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- C. Maas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding bij ongegrond beroep WOZ-waarde woning
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning waarvan de WOZ-waarde voor 2023 is vastgesteld op €360.000. Tegen deze beschikking en de daarop gebaseerde aanslag is bezwaar gemaakt, dat is afgewezen. Vervolgens is beroep ingesteld bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Belanghebbende stelde hoger beroep in bij het Hof.
De kern van het geschil in hoger beroep betrof de vraag of belanghebbende recht had op een proceskostenvergoeding voor de beroepsfase, omdat de waarde in de matrix lager was dan de vastgestelde waarde. Het Hof oordeelde dat de rechtbank terecht geen proceskostenvergoeding toekende, omdat de heffingsambtenaar de waarde voldoende aannemelijk had gemaakt en de motivering van de beschikking deugdelijk was.
Het Hof benadrukte dat het waarderen van onroerende zaken geen exacte wetenschap is en dat een klein verschil tussen de getaxeerde en de vastgestelde waarde niet leidt tot een recht op proceskostenvergoeding. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd zonder toekenning van proceskostenvergoeding.