Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.TMC Group B.V.,
1.De zaak in het kort
2.Het procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 13 mei 2025, waarmee Alten in hoger beroep is gekomen van het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 16 april 2025 (het bestreden vonnis);
- de memorie van grieven van Alten met daarin opgenomen de voorwaardelijke incidentele vordering ex artikel 351 van Pro het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv), met bijlagen;
- de conclusie van antwoord in het incident van TMC c.s.;
- de nagekomen productie van Alten op 2 september 2025;
- de akte van Alten op 30 september 2025;
- de antwoordakte van TMC c.s. op 14 oktober 2025.
3.De aanleiding voor dit incident
fishing expedition’ en op grond daarvan al niet toewijsbaar is.
4.De vordering in incident
5.De beoordeling van de vordering in incident
fishing expedition’. Dat Alten kosten moet maken, is volgens TMC c.s. een consequentie van haar keuze om beslag te leggen op deze hoeveelheid bestanden. Volgens TMC c.s. zijn de te verwijderen bestanden niet relevant en kunnen zij daarom nooit tot bewijs dienen voor het door Alten gestelde. TMC c.s. wenst voorts niet dat haar bescheiden of de bescheiden van haar werknemers onnodig lang bij een derde liggen. Van onduidelijkheid over de wijze van tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis is volgens TMC c.s. geen sprake.
fishing expedition’. De beperking van het beslag in het bestreden vonnis is met het oog hierop aangebracht en ziet onder andere op uitsluiting van informatie die niet de volledige naam van geïntimeerden betreft, op privéfoto's en privébestanden van geïntimeerden sub 4 t/m 7, op informatie betreffende andere werknemers en op informatie van klanten waarvoor geen relatiebeding geldt. Alten heeft bij deze stand van zaken onvoldoende aannemelijk gemaakt dat deze uitgesloten informatie - zoals zij heeft gesteld - het door haar gestelde cruciaal bewijs zou bevatten van onrechtmatig handelen door TMC c.s. tegenover Alten, dan wel dat door het mogelijk verdwijnen van deze informatie zij onevenredig in haar rechtspositie wordt aangetast of dat haar recht op een eerlijk proces in het gedrang komt. Niet valt in te zien dat de beperking van het bewijsbeslag zoals de voorzieningenrechter die heeft aangebracht eraan in de weg staat dat het nog altijd omvangrijke beslag zijn doel kan dienen. Alten heeft onvoldoende toegelicht dat er sprake is van zodanige onduidelijkheden of kosten als gevolg van de beperking van het bewijsbeslag, dat dit tot een ander oordeel zou moeten leiden.
6.Beslissing
- wijst de vorderingen van Alten af;
- houdt de beslissing over de kosten van het incident aan tot de einduitspraak;
- wijst het meer of anders gevorderde af;
in de hoofdzaak
- verwijst de zaak naar de rol van 3 maart 2026 voor memorie van antwoord aan de zijde van TMC c.s.;
- houdt iedere verdere beslissing aan.