Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Verzoek in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
De op 16 maart 2026 ingediende akte met eiswijziging en producties blijft buiten beschouwing
een melding van een vermoeden van een misstand”. Onder een ‘misstand’ wordt verstaan:
een schending of een gevaar voor schending van een wettelijk voorschrift of van interne regels die een concrete verplichting inhouden en die op grond van een wettelijk voorschrift door een werkgever zijn vastgesteld, dan wel
een gevaar voor de volksgezondheid, voor de veiligheid van personen, voor de aantasting van het milieu of voor het goed functioneren van de openbare dienst of een onderneming als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten.
voornementot wraking, dus niet een daadwerkelijke wraking, van [verzoeker] duidt op een gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid en vooringenomenheid, en de integriteit van de procedure en de schijn van onpartijdigheid van de kantonrechter aantast. [verzoeker] heeft deze stelling ook niet nader toegelicht. Samenvattend concludeert het hof dat van schending van beginselen van een goede procesorde waardoor [verzoeker] geen eerlijk proces heeft gehad niet kan worden gesproken.
.
7.Beslissing
- bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 5 juni 2025;
- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van de AP begroot op € 3.596,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als [verzoeker] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als [verzoeker] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en deze beschikking vervolgens wordt betekend, [verzoeker] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als [verzoeker] deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- verklaart deze beschikking ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is verzocht.