Belanghebbende kreeg een navorderingsaanslag erfbelasting opgelegd wegens een aanvullende verkrijging. De executeur [Y] diende bezwaar en beroep in namens belanghebbende, maar overlegde geen geldige schriftelijke machtiging. De Rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een geldige volmacht.
In hoger beroep stelde het Gerechtshof vast dat de verklaring van executele onvoldoende bewijs is van vertegenwoordigingsbevoegdheid, omdat belanghebbende geen erfgenaam is en de executeur alleen bevoegd is tot beheer van de nalatenschap, niet tot procederen over navorderingsaanslagen. Het Hof gaf [Y] meerdere kansen om een recente machtiging te overleggen, maar deze bleef uit.
Daarom verklaarde het Hof het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is op 17 februari 2026 in het openbaar gedaan en partijen kunnen binnen zes weken cassatie instellen.