Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 28 januari 2026
[X] B.V. te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Noordwijk, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
loods begane grond
loods verdieping
loods kelder
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde van een winkelpand, vastgesteld op €1.813.000 voor het jaar 2023, en tegen de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting. De heffingsambtenaar heeft de waarde bepaald met de huurwaardekapitalisatiemethode, gebruikmakend van vergelijkingsobjecten uit dezelfde winkelstraat en een aangepaste kapitalisatiefactor.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Het Hof heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De gebruikte vergelijkingsobjecten zijn voldoende vergelijkbaar, en de toegepaste kapitalisatiefactor is verantwoord aangepast vanwege de grootte van het pand.
Belanghebbende heeft onvoldoende concreet bewijs geleverd dat de waarde te hoog is, en de stellingen over een te laag leegstandsrisico en onvoldoende coronamindering zijn niet aannemelijk gemaakt. Het Hof bevestigt daarom de uitspraak van de Rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de WOZ-waarde van het winkelpand niet te hoog is vastgesteld en verklaart het hoger beroep ongegrond.