ECLI:NL:GHDHA:2026:60
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- W. de Wit
- R.A. Bosman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na systematische vergelijking met vergelijkingsobjecten
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning uit 1967 met een gebruiksoppervlakte van circa 110 m2 en een perceel van ongeveer 144 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2021 vast op €349.000, gebaseerd op een taxatierapport met een matrix van vergelijkingsobjecten.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende tegen deze waarde ongegrond, omdat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Het hof bevestigt dit oordeel na beoordeling van de systematische vergelijking, waarbij rekening is gehouden met verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten.
Belanghebbende voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met de brandgang, de zolderruimte en gedateerde voorzieningen, maar deze stellingen werden door het hof niet gevolgd. De heffingsambtenaar heeft voldoende onderbouwd dat de waarde correct is vastgesteld, ook als de zolderruimte anders zou worden gewaardeerd, blijft de waarde in de buurt van de vastgestelde €349.000.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €349.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.