ECLI:NL:GHDHA:2026:60
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- W. de Wit
- R.A. Bosman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake de vastgestelde waarde van een woning onder de Wet WOZ
In deze zaak heeft het Gerechtshof Den Haag op 14 januari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep over de vastgestelde waarde van een woning onder de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). De belanghebbende, eigenaar van de woning, had bezwaar gemaakt tegen de door de Heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland vastgestelde waarde van € 349.000 per 1 januari 2021. De Heffingsambtenaar had deze waarde vastgesteld op basis van een taxatierapport en een matrix met vergelijkingsobjecten. De Rechtbank had het beroep van de belanghebbende ongegrond verklaard, waarna de belanghebbende in hoger beroep ging.
Tijdens de mondelinge behandeling op 3 december 2025 heeft de belanghebbende zijn standpunt toegelicht, waarbij hij stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld. De Heffingsambtenaar heeft zijn standpunt verdedigd en aangetoond dat de waarde op een zorgvuldige manier was bepaald, rekening houdend met de kenmerken van de woning en de vergelijkingsobjecten. Het Hof heeft geoordeeld dat de Heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld en dat de rechtbank terecht het beroep ongegrond heeft verklaard. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd en geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.